TWEEDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD

Zondag 28 februari 

‘Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd…’

Ontsteken van het licht
Wij wenden ons naar Uw licht.
Uw licht zoeken wij vanuit onze duisternis.
Als Uw licht verschijnt
dan wordt zelfs het duister weer helder,
dan wordt ons de nacht als de dag.

Kruisteken
In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Openingslied
Heer, laat uw Woord ons leiden,
dat ons door alle tijden
uw boodschap doet verstaan;
Heer, wil met uw genaden
uw kind’ren overladen,
opdat wij veilig tot U gaan.

Gij zijt de Weg en Waarheid.
Schenk ons in volle klaarheid
uw Woord als daag’lijks brood.
Geef ons uw licht en leven.
Leer ons aan ieder geven
uw grote liefde tot de dood.

Inleidend woord
Ieder jaar op de tweede zondag van de veertigdagentijd,
op weg naar Pasen,
verkeren we op de berg waar Jezus van gedaante verandert.
Het is een voorproef van een nieuwe aanwezigheid van Hem,
een aanwezigheid, ‘aan-de-dood-voorbij’.
Het is de zondag van het visioen dat ons wordt voorgehouden,
we worden meegetrokken naar het Licht dat Jezus omstraalt.
Dit visioen verwijst naar een geheelde wereld,
een toestand waarin ‘alles op zijn plek’ is,
waarin zonde en dood voorgoed zijn overwonnen.
Wij verkeren op de Berg:
zo mag je het vieren van de liturgie op deze dag zien.
Maar aan het einde van de viering
– net zoals bij het slot van het evangelie –
keren wij weer terug naar het dagelijkse leven
waar wij het Woord mogen waarmaken.

Openingsgebed
Heer onze God,
op de berg hebt Gij ons Jezus geopenbaard als uw Welbeminde Zoon,
groter dan de grootste profeten.
Leer ons luisteren naar zijn woord
en schenk ons inzicht
in het mysterie van zijn lijden en verheerlijking.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,
die met U leeft en heerst,
in de eenheid van de heilige Geest, God,
door de eeuwen der eeuwen. Amen.

Vers voor het evangelie
Vanuit een schitterende wolk
werd de stem van de Vader gehoord:
‘Dit is mijn Welbeminde Zoon,
luistert naar Hem.’

Evangelie Marcus 9,2-10
In die tijd nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg waar zij geheel alleen waren. Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn kleed werd glanzend en zo wit als geen bleker ter wereld maken kan.
Elia verscheen hun samen met Mozes en zij onderhielden zich met Jezus. Petrus nam het woord en zei tot Jezus: ‘Rabbi, het is goed dat we hier zijn. Laten we drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.’ Hij wist niet goed wat hij zei, want ze waren allen geheel verbluft. Een wolk kwam hen overschaduwen en uit die wolk klonk een stem:
‘Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.’
Toen ze rondkeken, zagen ze plotseling niemand anders bij hen dan alleen Jezus. Onder het afdalen van de berg verbood Jezus hun aan iemand te vertellen wat ze gezien hadden, voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan. Zij hielden het inderdaad voor zich, al vroegen zij zich onder elkaar af wat dat opstaan uit de doden mocht betekenen.
Woord van de Heer Wij danken God.

Overweging
Op deze tweede zondag in de veertigdagentijd denken we na over de gedaanteverandering van Jezus op de berg Thabor. Zijn meest vertrouwde leerlingen mogen daar getuige van zijn: Petrus, Jacobus en Johannes. Deze gedaanteverandering vond plaats zes dagen nadat Jezus zijn leerlingen verteld had dat Hij veel moest lijden, ter dood zou worden gebracht en op de derde dag zou worden opgewekt. De aankondiging van zijn lijden had de leerlingen erg van streek gebracht, vooral Petrus had het er bijzonder moeilijk mee. Want de Joodse religie leerde dat de Messias een geweldenaar zou zijn, een echte overwinnaar. En dus kon iemand, kon Jezus, die ter dood zou worden gebracht, niet de Messias zijn.

Misschien hadden de drie leerlingen die laatste woorden van Jezus over zijn opstanding niet begrepen. Ze waren gefocust geweest op het lijden en de dood. En het was er voor hen niet gemakkelijker op geworden toen Jezus ook nog gezegd had:
‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij zal het behouden.’ Jezus’ volgelingen moeten blijkbaar net als Hijzelf, bereid zijn het liefste dat ze hebben, ja, zelfs hun eigen leven, los te laten. We willen er van nature niet aan, maar ‘je leven verliezen’ is toch wat ons allemaal overkomt. En dat niet alleen aan het einde van het leven, maar gedeeltelijk al tijdens het leven. Dat zei Toon Hermans ook in dat versje: ‘Sterven doe je niet ineens, maar af en toe een beetje…’. Iemand verliest bij voorbeeld zijn baan waarin hij zijn levensvervulling gevonden had; je bedrijf gaat failliet door de coronamaatregelen; je kan ziek worden en ervaren dat je niet meer op je lichaam kan vertrouwen; of je raakt het dierbaarste deel van je leven kwijt door het overlijden van een moeder, vader, partner of een kind. Het zijn voorbeelden van ‘je leven verliezen’ tijdens het leven zelf al. Wat een mens het meest dierbaar is kan hij zomaar kwijt raken. Een visioen kan dan tot troost zijn.
Boven op de berg hebben de leerlingen een visioen, dat betekent letterlijk een ‘vergezicht’.
Ze zien Jezus daar in een ander licht. Hij vertoont zich aan hen op een manier die niet in woorden van deze wereld kan worden beschreven. Ze hebben een ‘Paaservaring’. Het lijden en de dood zijn even ver weg. En bij de verheerlijkte Jezus verschijnen Mozes en Elia, de twee grote profeten van het Oude Testament. Mozes die wordt gezien als de schrijver van de eerste vijf boeken van de Bijbel, de Thora. En Elia die de andere schrijvers van het Oude Testament representeert. Zij worden allen ‘profeten’ genoemd omdat ze naar God luisterden en Zijn woorden aan het volk verkondigden. Doordat Mozes en Elia naast Jezus verschijnen wordt duidelijk dat in Jezus de profetieën van het Oude Testament in vervulling zijn gegaan. Hij is de Messias die eeuwenlang verwacht wordt. Maar deze Messias gaat niet te werk als een geweldenaar, als een overwinnaar, zijn weg is die van het kruis.
Voor de drie leerlingen is de gedaanteverandering een overweldigende ervaring; voor hen mag het altijd zo blijven. Petrus stelt dan ook voor om tenten te bouwen zodat ze kunnen bivakkeren. Maar er staat nog veel te gebeuren. Jezus moet het kwaad en de dood nog overwinnen. Daarom komt God het verhaal binnen. ‘Een wolk kwam hen overschaduwen en uit die wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.’ De leerlingen worden gemaand naar Jezus te luisteren, geloof te hechten aan zijn woorden en aan zijn weg via het kruis.
Ze moeten de berg weer af en zullen met Jezus naar Jeruzalem gaan waar Hij zal lijden en sterven alvorens te verrijzen. Pas dan is de overwinning op zonde en dood behaald, maar nog steeds niet volledig. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde laten nog altijd op zich wachten.
Ook wij moeten de berg afdalen: vanuit piekervaringen steeds weer terug naar het leven van alledag. Als leerlingen van Jezus zijn we daartoe geroepen: terug te keren naar onze taak in de wereld. Als de apostelen, na het visioen, van de berg afdalen, gaan ze niet alleen, want Jezus loopt naast hen. Hij is er niet alleen op de top van de berg. Hij gaat ook met hen, ook met ons, mee de berg af, het dal in en blijft ons nabij in het leven van alledag.

Om bij stil te staan
* Welk kruis heb ik te dragen? Hoe ga ik daar mee om?

* Heb ik wel eens, op een moeilijk moment in mijn leven, een ‘Thaborervaring’ gehad.

* Heeft zo’n ervaring mijn leven veranderd? Zo ja, op welke wijze?

Voorbede
We willen nu onze vragen, onze zorgen en onze vreugde aan God voorleggen.

* Dat alle christenen zich in de kerkgemeenschap door de ontmoeting
met de levende Heer in hun geloof bevestigd en gesteund mogen voelen.
Dat christenen zich door sterke geloofservaringen laten dragen
op momenten dat twijfel toeslaat.

* Dat wij in onze gemeenschap voor anderen getuigen mogen zijn
van ons enthousiast geloof.

* Dat onze dierbare doden…….. in vrede bij God mogen zijn.

* Voeg uw eigen intenties toe……..

Vatten we onze gebeden samen in het gebed dat Jezus ons gegeven heeft.
Onze Vader …

Geestelijke communie
Heer Jezus,
ik dank U voor uw Woord van Leven
waarmee U mij hebt gevoed.
Graag zou ik U ook ontmoeten.
in de communie, uw Brood van Leven,
maar dat is nu onmogelijk.
Daarom bid ik:
aanvaard mijn verlangen
om hecht verbonden te zijn met U.
Kom met uw liefde in mijn hart
en laat mij niet vergeten
dat uw Geest in mij woont.
Wees Gij in mij, opdat ik blijf in U
mijn Heer, en mijn God.

Korte Stilte

Slotgebed en Zegen
Heer, Gij hebt U aan uw leerlingen getoond.
Wij vragen U: openbaar U ook in ons leven van elke dag.
Geef ons de kracht om te lijden voor het evangelie
en laat ons eenmaal binnetreden
in het onvergankelijke leven waar Gij zijt in eeuwigheid.
n de Naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Slotlied
1.God roept de mens op weg te gaan, 
zijn leven is een reis: 
‘Verlaat wat gij bezit en ga 
naar ’t land dat ik u wijs.’ 

2.Het volk van God was veertig jaar,
– een mensenleven lang –
op weg naar het beloofde land,
het land van Kanaän.

3.‘De mens leeft niet van brood alleen’,  
zo hebben zij geleerd 
en ‘niet beproeven zult gij Hem 
die het heelal beheert’. 

4.Vereren moet gij slechts de naam
des Heren: Hij die is
de wolk die voor u uit zal gaan
licht in de duisternis.

5.Heer, geef ons moed en doe ons gaan  
uw weg door de woestijn 
en laat uw Zoon een laaiend vuur, 
de nieuwe Mozes zijn 

 6.Gezegend zijt Gij, Eeuwige;
 die ons het leven geeft:
 Stem die al voor de eerste mens
 belofte bent geweest.

N.B. Ik wil deze ‘zondagse viering’ blijven verspreiden tot we weer met 100 mensen in de kerk mogen vieren.

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.