TWEEDE ZONDAG DOOR HET JAAR om thuis te vieren

Licht ontsteken

Kruisteken

In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Openingslied

1. God heeft het eerste woord. 
Hij heeft in den beginne, 
het licht doen overwinnen, 
Hij spreekt nog altijd voort. 

2. God heeft het eerste woord
Voor wij ter wereld kwamen,
riep Hij ons reeds bij name,
zijn roep wordt nog gehoord.

3. God heeft het laatste woord. 
Wat Hij van oudsher zeide, 
wordt aan het eind der tijden, 
in heel zijn rijk gehoord 

4. God staat aan het begin
en Hij komt aan het einde.
Zijn woord is van het zijnde,
oorsprong en doel en zin.

Inleidend woord
Nu de kersttijd voorbij is blijven we toch in de sfeer van het eerste begin.
De jonge Samuel, een kind nog, hoort de roep van God
zoals ook de eerste leerlingen van Jezus Hem gaan volgen
na geroepen te zijn.
Geroepen worden en zien waartoe dit leidt:
het zal altijd zo gaan op de christelijke levensweg.
De uitdaging bestaat uit het ‘niet weten’
en je toch laten leiden.
Laten we aandachtig zijn op het moment waarop Jezus bij ons langs komt.

Openingsgebed
God, onze Vader,
in uw grenzeloze goedheid hebt Gij ons geroepen
en elk van ons een taak gegeven.
Geef ons een hart dat luistert naar uw inspraken.
Leer ons zien waar Gij U ophoudt in deze wereld.
Wijs ons de plaats waar Gij woont
opdat wij U achterna gaan en bij U blijven.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,
die met U leeft en heerst,
in de eenheid van de heilige Geest, God,
door de eeuwen der eeuwen. Amen.

Eerste lezing I Samuël 3, 3b – 10.19
De lamp van God was nog niet gedoofd,
en Samuël lag te slapen in het heiligdom van de Heer, waar de ark van God stond.
Toen riep de Heer: ‘Samuël!’. Samuël antwoordde: ‘Hier ben ik’.
Hij liep haastig naar Eli, en zei: ‘Hier ben ik. U hebt mij toch geroepen?’.
Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb niet geroepen; ga maar weer slapen’.
Toen riep de Heer opnieuw: ‘Samuël!’.
Samuël stond op, ging naar Eli en zei:
‘Hier ben ik. U hebt mij toch geroepen?’
Eli antwoordde: ‘Ik heb niet geroepen, mijn jongen; ga maar weer slapen’.
Samuël kende de Heer nog niet;
een woord van de Heer was hem nog nooit geopenbaard.
En weer riep de Heer Samuël; nu voor de derde maal.
Samuël stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt mij toch geroepen?’.
Toen begreep Eli dat het de Heer was, die de jongen riep.
En hij zei tot Samuël: ga slapen,
en mocht Hij je roepen, dan moet je zeggen:
Spreek, Heer, uw dienaar luistert’.
Samuël ging dus weer op zijn gewone plaats slapen.
Toen kwam de Heer bij hem staan, en riep evenals vorige malen:
Samuël, Samuël!’. En Samuël; antwoordde: ‘Spreek; uw dienaar luistert!’.
Samuël groeide op; de Heer was met hem en liet niet één van zijn woorden onvervuld.

Alleluia
Spreek, Heer, uw dienaar luistert;
Gij hebt woorden van eeuwig leven.

Evangelie Johannes 1,35-42
In die tijd stond Johannes daar, met twee van zijn leerlingen. Hij richtte het oog op Jezus die voorbijging en sprak: ’Zie het lam Gods’. De twee leerlingen hoorden hem dat zeggen en gingen Jezus achterna. Jezus keerde zich om, en toen Hij zag dat zij Hem volgden, vroeg Hij hun: ‘Wat verlangt gij?’. Ze zeiden tot Hem: ‘Rabbi – vertaald betekent dit: Meester- waar houdt Gij U op?’ Hij zei hun: ‘Gaat mee om het te zien’. Daarop gingen zij mee en zagen waar Hij zich ophield. Die dag bleven zij bij Hem. Het was ongeveer het tiende uur. Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van die twee die het gezegde van Johannes hadden gehoord, en Jezus achterna waren gegaan. De eerste die hij ontmoette, was zijn broer Simon tot wie hij zei: ‘Wij hebben de Messias – dat vertaald betekent: de Gezalfde – gevonden’. En hij bracht hem bij Jezus. Jezus zag hem aan en zeide: ‘Gij zijt Simon, de zoon van Johannes; gij zult Kefas genoemd worden, dat betekent: Rots’.

Overweging
Twee van de drie lezingen van deze zondag gaan over ‘roeping’, de eerste lezing over de roeping van de jonge Samuël. Samuël assisteerde in het heiligdom waar de ark van God stond en wordt hier geplaatst in een traditie van mensen die op een cruciaal moment van de geschiedenis door God worden geroepen. Het was namelijk een tijd van
religieuze malaise, mede door het slappe optreden van de hogepriester Eli, die zijn corrupte zonen hun gang liet gaan. ‘In die tijd klonken er dan ook maar weinig woorden van de Ene en visioenen waren eveneens schaars’, lezen we in I Samuël 3,1.
Wat we hier nu bij de roeping van Samuel zien, is dat God zelf in de geschiedenis
ingrijpt. Hij wijst iemand aan die het volk uit de impasse moet leiden. We horen dat
Samuël tot driemaal toe geroepen wordt. Pas na drie keer begrijpt Eli dat het Gods stem geweest moet zijn. Hij zegt tegen Samuël weer te gaan liggen en als de Eeuwige hem opnieuw roept te zeggen: ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert’. Samuël wordt door God geroepen, door hem zal God weer van zich laten horen, zo kan de geschiedenis van de Eeuwige met zijn volk Israël verder gaan. Aan de horizon zien we al dat de profeet Samuël, David tot koning zalft. David wordt een messiaanse koning in de lijn van Jezus zelf.

De evangelielezing van vandaag vertelt ons hoe de eerste drie leerlingen van Jezus geroepen worden. De tekst begint met een scène die zich afspeelt bij Johannes de Doper, die aan de Jordaan actief is. Bij hem zijn twee van zijn leerlingen, de ene is Andreas, de andere blijft anoniem. Misschien zijn wij zelf die anonieme leerling en worden wij geroepen om, net als de anonieme leerling, Jezus achterna te gaan.….
Als Johannes Jezus ziet, zegt hij: ‘Daar is het Lam van God.’ Het Lam van God dat gekomen is om de zonden van de wereld weg te nemen, zoals Johannes nog maar kort daarvoor gezegd heeft. Het Lam van God dat gekomen is om de wereld van de zonde, van alle kwaad, te bevrijden. ‘Jezus’ betekent dan ook: ‘God bevrijdt’. Johannes had de leerlingen eerder al over de komende Messias vertelt en nu hij Jezus als de Messias aanwijst, volgen ze Jezus onmiddellijk en blijven ze bij Hem. Dit is een bijzonder moment. Hier wordt de overgang geschetst van het Oude naar het Nieuwe Testament.
Na eeuwenlang hopen en verlangen is Hij daar eindelijk: de lang verwachte Messias.

Vanzelfsprekend willen de twee leerlingen meer van Hem weten: ‘Meester waar houdt Gij U op,’ vragen ze Hem. Ze willen zielsgraag bij Hem zijn. Het doet me denken aan het eerste vers uit psalm 84: ‘Hoe lief is mij uw woning, Heer der hemelmachten, mijn ziel verlangt en hunkert naar uw heiligdom.’ Dit psalmvers drukt ook een intens verlangen uit om dicht bij de Heer te willen verblijven. Maar achter de vraag: ‘Meester waar houdt Gij U op’, zal vast meer schuil gaan. De twee willen Jezus beter leren kennen – waar komt U vandaan – hoezo bent U het Lam Gods – bent U echt de lang verwachte Messias – wat betekent dat voor ons? Daarover zal het die dag ook gegaan zijn.

Het slot van de lezing gaat over de roeping van Simon. Als deze hoort dat zijn broer Andreas de Messias, de Gezalfde gevonden heeft, gaat ook hij in Jezus’ spoor. En met die drie eerste leerlingen is de kiem gelegd voor de gemeenschap van gelovigen waarin de Blijde Boodschap van Jezus al ruim 2000 jaar wordt gehoord en doorgegeven, de gemeenschap van gelovigen waar ook wij deel van uit maken.

Een korte stilte
waarin ik me realiseer dat ook ik geroepen ben om Jezus te volgen – zijn Blijde Boodschap te aanhoren – door te geven in woord en daad – en: hoe lief is mij zijn woning, wil ook ik graag in zijn nabijheid zijn?

Voorbede
Danken wij onze Verlosser, die in deze wereld gekomen is
om God-met-ons te zijn, en roepen wij Hem aan:
Christus, Koning van de heerlijkheid, wees ons licht en onze vreugde.

Heer Jezus Christus, Gij gaat voor ons op als de nieuwe dag
en Gij zijt de eerste der verrezenen; laat ons U volgen zodat wij niet zitten in de schaduw van de dood, maar wandelen in het licht van het leven.
Christus, Koning van de heerlijkheid, wees ons licht en onze vreugde.

Geef dat wij in alle schepselen uw goedheid zien,
en dat wij overal uw heerlijkheid kunnen aanschouwen.
Christus, Koning van de heerlijkheid, wees ons licht en onze vreugde.

Sta niet toe dat het kwade ons ooit overwint,
maar help ons het kwade te overwinnen door het goede.
Christus, Koning van de heerlijkheid, wees ons licht en onze vreugde.

Gij zijt in de Jordaan gedoopt en door de heilige Geest gezalfd;
geef dat wij ons vandaag laten leiden door de genade van de heilige Geest.
Christus, Koning van de heerlijkheid, wees ons licht en onze vreugde.

Voeg uw eigen intenties toe……..

Al deze gebeden klinken mee in het gebed dat Jezus ons gegeven heeft:

Onze Vader … Wees gegroet

Slotgebed en Zegen
Heer, onze God, laat over ons uw geest van liefde komen.
Maak allen één van hart.
Laat ons het dienstwerk verrichten
waartoe Gij ons roept,
en aan alle mensen uw heil verkondigen.

Moge de goede God ons daartoe zegenen
+ de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest. Amen.

Slotlied
1. Dankt, dankt nu allen God 
met hart en mond en handen, 
die grote dingen doet 
hier en in alle landen, 
die ons van kindsbeen aan, 
ja, van de moederschoot, 
zijn vaderlijke hand 
en trouwe liefde bood 

2. Die eeuwig rijke God
mog’ ons reeds in dit leven
een vrij en vrolijk hart
en milde vrede geven.
Die uit genade ons
behoudt te allen tijd,
is hier en overal
een helper die bevrijdt.

3. Lof, eer en prijs zij God
die troont in ’t licht daar boven
Hem, Vader, Zoon en Geest
moet heel de schepping loven.
Van Hem, de ene Heer,
gaf het verleden blijk,
het heden zingt zijn eer,
de toekomst is zijn rijk.

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.