Signalen van hoop, troost en bemoediging 43

PINKSTERZONDAG

Eerste lezing Hand.2,1-11
Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren allen bijeen op dezelfde plaats. Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Zij werden allen vervuld van de heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, naargelang de Geest hun te vertolken gaf. Nu woonden er in Jeruzalem Joden, vrome mannen, die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel. Toen dat geluid ontstond, liep het volk te hoop en tot zijn verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn eigen taal. Zij waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering: “Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Parten, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië, van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië, Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene, de Romeinen die hier verblijven, Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.”

Evangelie: Johannes Joh 20, 19-23
In de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij u.’ Na dit gezegd te hebben, toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: ‘Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.’ Na deze woorden blies Hij over hen en zei: ‘Ontvangt de Heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zij ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.’

Overweging
Het Hoogfeest van Pinksteren is de voltooiing van alles wat we vanaf de Goede Week in onze liturgie hebben herdacht. Het begon allemaal op Witte Donderdag met het Laatste Avondmaal; daarna, op Goede Vrijdag, de herdenking van Jezus’ lijden en dood, dan zijn Verrijzenis en Hemelvaart; en vandaag, het afsluitende hoogtepunt: de gave van de Heilige Geest aan de leerlingen, de aanvang van de Kerk en het begin van haar zending naar alle talen, volken en rassen.

Als we die gebeurtenissen zo op een rijtje zetten, moeten we ons realiseren dat het hier niet gaat over historische gebeurtenissen. Tijd en plaats, die bij historie zo bepalend zijn, spelen hier geen rol. Dat blijkt wel uit de verschillen tussen de lezingen van vandaag: in de eerste lezing daalt de heilige Geest 50 dagen na Jezus’ verrijzenis op de apostelen neer. In het evangelie gebeurt dat al op de avond van Pasen. Tijd en plaats spelen dus geen rol. Belangrijk is dat het hier gaat over Gods ingrijpen in de geschiedenis van mensen. Daar hebben we eigenlijk geen woorden voor. Dat ingrijpen van God zijn we stamelend ‘het mysterie van Christus’ gaan noemen. En dat mysterie vieren we nog altijd, vandaag dan met dit feest van Pinksteren. We vieren het nog altijd omdat het ons leven nog iedere dag raakt en beïnvloedt.

Laten we eens kijken hoe de apostelen die verschillende gebeurtenissen beleefden. Vanaf het moment van Jezus’ arrestatie waren ze de weg helemaal kwijt. Ze hadden in Jezus een politiek leider gezien die, zo dachten ze, het Koninkrijk van Israël zou gaan herstellen. Ze waren totaal uit het lood geslagen door de marteling en kruisiging van hun meester. Jezus voldeed niet aan hun verwachtingen. Het klinkt ons bekend in de oren: heel veel mensen en bij tijd en wijle ook wijzelf keren God de rug toe als we in onze verwachtingen worden teleurgesteld.

In de lezingen vanaf Pasen zien we dat de leerlingen tijd nodig hebben om Jezus lijden en dood in bijbels perspectief te kunnen plaatsen. Op Paasmorgen zijn er eerst de vrouwen die zeggen dat Jezus leeft. ‘Beuzelpraat’ is de reactie van de apostelen. Daarna hoorden we over Thomas die twijfelt. Als Thomas dan tot geloof komt, zijn er weer anderen die twijfelen. Op Hemelvaart lazen we: ‘Toen ze Jezus zagen vielen ze op de knieën, sommigen echter twijfelden’. En nog weer later, als ze in gebed bijeen zijn, gebeurt het Pinksterwonder. Een noveengebed, bidden, helpt een crisis in het leven te overwinnen. Er kan altijd weer een Pinksterwonder gebeuren, dat geeft hoop voor onze wereld.

In de lezing wordt gesproken over een hevige wind en over vuur dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette. Het zijn symbolen voor Gods aanwezigheid. Het betekent dat de apostelen de ervaring hadden dat ze niet meer alleen waren: God was bij hen en die ervaring had grote gevolgen. Van angsthazen werden zij vurige getuigen. Ze lieten zich niet langer intimideren maar gingen naar buiten om te getuigen van de geweldige dingen die God doet. En iedereen kon hen verstaan, want de Geest is te verstaan voor ieder die wil luisteren. Gods liefde openbaart zich niet langer aan één volk maar aan alle volken, rassen en talen.

De Geest deelt nog steeds zijn gaven uit. De werking van zijn gaven komt tot uiting in wat we ‘vruchten van de Geest’ zijn gaan noemen. Die vruchten zijn: liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid en vertrouwen, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Het zijn moederlijke, zachte krachten. De Geest laat mensen hun talenten inzetten ten dienste van elkaar om zo samen het Lichaam van Christus op te bouwen, Gods Koninkrijk te helpen vestigen. Zo kunnen er plaatsen en gemeenschappen ontstaan waar gedeeld wordt naar ieders behoefte, waar een thuis is voor mensen, een plek van Gods Liefde, een stukje hemel op aarde.

De Geest wordt vaak voorgesteld als een duif, sinds het verhaal van de zondvloed is de duif een symbool van vrede. Als de duif naar de ark terugkeert met een olijftakje in zijn bek weet Noach dat het water is gezakt, dat God hem heeft gespaard en met hem het leven wil doorzetten. Maar de duif is meer dan een symbool van vrede. Een duif kan in korte tijd fabelachtige afstanden afleggen door een oriëntatievermogen dat de mens niet bezit. Door dat vermogen is de duif in staat de afstand tussen hemel en aarde te overbruggen. En dat is wat de Geest doet: zij overbrugt de afstand tussen de hemel en de aarde, zij brengt Gods liefde vanuit de hemel naar de aarde, onder de mensen.

Voordat Jezus zijn openbare leven begint komt Gods Geest over Hem bij de doop in de Jordaan. Voordat de leerlingen worden gezonden om verzoening te brengen ontvangen ook zij de heilige Geest. En de gave van de heilige Geest gaat door ook in ons eigen leven. De Geest komt komt in het hart van ieder die zich ervoor openstelt. Wie er oog voor heeft ziet hoe de Geest hem/haar leidt, hoe de Geest mensen doet opstaan uit een diep dal van angst, verdriet of rouw. Het is de Geest die ons gaande houdt.

ZALIG PINKSTEREN!

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.