KERSTDAG, OM THUIS TE BIDDEN

25 december

Ontsteken van het Licht dat schijnt in de duisternis
Steek de kaarsen aan.
Laat het licht in je ogen schitteren,
ook al is het soms donker in je hart,
ook al kan het duister zijn op je wegen.

Steek de kaarsen aan.
Breng licht in deze wereld,
ook al weet je dat er oorlog is,
ook al besef je dat ‘vrede’
zo dikwijls een ijdel woord is.
Ook al weet je dat er ook vandaag
nog zoveel mensen op de vlucht zijn.

Laat je verlangen opflakkeren,
want Jezus is geboren.
Hij is in vandaag,
in gisteren en morgen,
in wat is, wat was en wat zal zijn.
Hij is midden onder ons,
hart van ons hart,
Licht in ons leven.

Openingslied
Kom tot ons, de wereld wacht,
Heiland, kom in onze nacht.
Licht dat in de nacht begint,
Kind van God, Maria ’s kind.

Gij daalt van de Vader neer
tot de Vader keert Gij weer,
die de hel zijt doorgegaan
en hemelwaarts opgestaan.

Uw kribbe blinkt in de nacht
met een ongekende pracht.
Het geloof leeft in dat licht
waarvoor al het duister zwicht.

Openingsgebed
In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.
Heer God, niemand heeft U ooit gezien. In uw Zoon Jezus zijt Gij ons nabij gekomen: Hij is uw Licht in onze duisternis, ons heil en onze vrede. Open ons hart om van deze vrede mee te delen aan ieder mens van goede wil.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst, in de eenheid van de heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen. Amen.

Evangelie Johannes 1, 1-18
In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden, van wat geworden is. In Hem was leven en dat leven was het licht der mensen. En het licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan. Er trad een mens op, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. Deze kwam tot getuigenis, om te getuigen van het Licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. Niet hij was het Licht, maar hij moest getuigen van het Licht. Het ware Licht, dat iedere mens verlicht, kwam in de wereld. Hij was in de wereld; de wereld was door Hem geworden en toch erkende de wereld Hem niet. Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaardden Hem niet. Aan allen echter die Hem wel aanvaardden, aan hen die in zijn Naam geloven, gaf Hij het vermogen, kinderen van God te worden. Zij zijn niet uit bloed, noch uit begeerte van het vlees of de wil van een man, maar uit God geboren. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader ontvangt, vol genade en waarheid.
Wij hebben Johannes’ getuigenis over Hem toen hij uitriep: Deze was het van wie ik zei: Hij die achter mij komt, is vóór mij, want Hij was eerder dan ik. Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen, genade op genade. Werd de Wet door Mozes gegeven, de genade en de waarheid kwamen door Jezus Christus. Niemand heeft ooit God gezien; de Eniggeboren God die in de schoot van de Vader is, Hij heeft Hem doen kennen.

Overweging
Op deze kerstmorgen klinkt de kerstboodschap vanuit het Johannes evangelie. Velen van u zullen zich herinneren dat dit evangelie, deze blijde boodschap, vroeger in onze kerken gelezen werd aan het einde van elke Mis. We luisterden uit eerbied staande naar dit zogenoemde ‘laatste evangelie’. En bij de woorden: ‘het Woord is vlees geworden’ knielden we eerbiedig neer, terwijl de priester een korte stilte inlaste.
Iedere dag opnieuw was deze kerstboodschap te horen.
En dagelijks worden we nu nog altijd aan het kerstgebeuren herinnerd door het luiden van het angelus terwijl we bidden: ‘de engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt….’ en ‘Het woord is vlees geworden.’ Het is een onverslijtbare zin, omdat het gewoon niet te bevatten is dat God ons nabijgekomen is in de gestalte van een kind. In dat kind openbaart God zichzelf,  maar niet alleen in dat kind. Luister daarvoor maar naar een oud gebed dat ooit gebeden werd bij het geven van de kerstzegen.
‘O, God, U die de God bent van wel duizend gezichten, gezichten die alle tezamen U toch niet zo volledig kunnen openbaren als dat ene gezicht van het kind in Bethlehem, wij vragen U: laat het mysterie van Jezus’ geboorte in ons worden voortgezet; laat Uw Zoon vlees worden in ons, zodat alle mensen die wij ontmoeten door ons uw liefde mogen ervaren.’
Wat betekent het dat God een God is van wel duizend gezichten? We hebben het hier natuurlijk over de verschillende wijzen waarop God zijn aanwezigheid en liefde aan ons openbaart. Ik wil daar drie aspecten van belichten.
En dan noem ik allereerst de schoonheid van de schepping: in de kleurenpracht van de zonsopkomst en zonsondergang kunnen we Gods gezicht herkennen. En in de ontelbare sterren die we met onze telescopen waarnemen en de grote verscheidenheid aan levensvormen, zien we Gods aanwezigheid als de Schepper van het majestueuze heelal. Hij spreekt ook tot ons in de klankrijke verzen van dichters, in de welluidende en ontroerende klanken van de muziek en in het aansprekende werk van kunstenaars en schrijvers. We weten God aanwezig in de gewijde ruimte en stilte van onze kerk. Maar Hij is ook bij u thuis, terwijl u dit leest. En vooral toont God zijn gezicht in de woorden van de Heilige Schrift. Ja, Hij is echt de God van wel duizend gezichten.

En dan te bedenken dat Gods openbaring in de natuur, de kunst, de gewijde ruimte en stilte, en de H. Schrift, bijna niets voorstelt vergeleken met zijn complete zelfopenbaring in het gezicht van het kind van Bethlehem, en dat is dan het tweede aspect dat ik noem. Elke geboorte wordt ervaren als een wonder. En ieder klein kind openbaart iets van God wanneer het bij voorbeeld helemaal opgaat in zijn spel, als het dol is van blijdschap of onvoorwaardelijk vertrouwt op zijn ouders. Maar in het gezicht van Jezus laat God zichzelf pas echt zien: zijn kwetsbaarheid, zijn nederigheid, zijn solidariteit met de mensheid. Vanuit de pracht en praal van de hemel daalt hij neer en neemt zijn intrek bij een eenvoudig paar. In Jezus deelt Hij ons leven, ondergaat Hij onze pijn, deelt Hij onze verwondingen en zelfs onze dood.
‘Hier ben ik’, zegt God, in Jezus, ‘licht en leven voor jullie’.
En wanneer bij Jezus’ dood alle licht gedoofd lijkt straalt Hij, opgestaan, opnieuw, verheerlijkt, even helder als de ster van Bethlehem. Dit liefdevolle gezicht van God hebben we, voor de geboorte van Jezus, nooit eerder gezien…..

Tot slot: na de verkenning van Gods aanwezigheid in de natuur, de kunst, de stilte en de H. Schrift, en Zijn aanwezigheid in het kind van Bethlehem, nu dan nog een derde aspect: God-in-ons. Als Gods grootheid zo uniek tot uiting is gekomen in Jezus’ leven, kunnen we dan nog wel zeggen dat God ook vlees kan worden in ons? Is dat niet wat hoogmoedig? We kunnen ons, wat dit aangaat, totaal niet meten met Jezus. En toch mogen we zeggen dat mensen God ook leren kennen door ons liefdevol handelen. Want: ubi caritas et amor, daar waar liefde is, daar is God.

De wereld is zo vol lijden dat Gods liefde verduisterd wordt, dat zij niet onmiddellijk zichtbaar is, zeker niet voor mensen die God niet of nauwelijks kennen. We horen het mensen dan ook vaak zeggen bij rampen, oorlogen, ziekte en dood: ‘als er een God zou bestaan dan had Hij de wereld wel anders ingericht.’ In een verscheurde wereld vol lijden kan God zich niet direct bekend maken. Voor de openbaring van zijn bestaan is Hij in onze tijd afhankelijk van de liefde die de mensen van Hem laten zien. Soms openbaren we Hem met woorden. Maar beter nog kunnen we Gods liefde laten zien door warme vriendelijkheid, door met het hart te luisteren naar elkaar, of door het bieden van praktische hulp…….
In het kind van Bethlehem is het Woord vlees geworden, en is God de mensen nabij gekomen. En in onze tijd wil God geboren worden in u en in mij. Daarvoor wordt gebeden in het prachtige zegengebed, dat ik tot slot zal herhalen.
‘O, God, U die de God bent van wel duizend gezichten, gezichten die alle tezamen U toch niet zo volledig kunnen openbaren als dat ene gezicht van het kind in Bethlehem, wij vragen U: laat het mysterie van Jezus’ geboorte in ons worden voortgezet; laat Uw Zoon vlees worden in ons, zodat alle mensen die wij ontmoeten door ons uw liefde mogen ervaren.’

Wijzelf zijn de kribbe waarin God zijn Woord wil baren.

Een korte stilte

Voorbede
Tot U wil ik bidden, Jezus,
Woord van God, Licht van zijn Licht:
dat U geboren wordt in ons,
dat wij leren horen met uw oren,
kijken met uw ogen,
dat wij uw woorden verder spreken
en uw handen zijn:
elkaar nabij tot zegen.

Tot U wil ik bidden, Jezus,
Woord van God, Licht van zijn Licht:
dat U opstaat in ons
zodat wij tot inkeer komen,
dat wij de naaste
nooit naar het leven staan,
dat wij niet langer vernielen
de aarde die ons is toevertrouwd,
dat wij de leugen afleggen
en de waarheid zoeken,
dat wij recht doen zoals U
en de vrede dienen.

Tot U wil ik bidden, Jezus,
Woord van God, Licht van zijn Licht:
voor hen die hongeren
naar brood en leven,
voor hen die uitzien naar iemand
die om hen geeft,
voor hen die wachten
op een woord van troost,
op een hand op hun schouder,
voor allen die U, Jezus,
willen ontmoeten:
dat zij U tegenkomen in een van ons.

Voeg uw eigen intentie toe….

Onze Vader…

Zegen
Moge er vrede groeien in ons leven, dat de Ster van Bethlehem ons de weg mag wijzen naar een nieuwe tijd, voorbij aan geweld en zinloosheid, vervuld van liefde en goedheid, Gods Rijk op aarde. Moge de goede God ons daartoe zegenen + de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest. Amen.

Slotlied
Vanwaar zijt Gij gekomen,
wij wisten niets van U.
In onze stoutste dromen
was God nooit hier en nu.
Een nieuwe God zijt Gij
die onder ons wilt wonen,
zo ver weg, zo dichtbij.

Gij zijt ons doorgegeven
een naam, een oud verhaal,
uw woorden uitgeschreven
in ied’re mensentaal.
Ons eigen levenslot.
met uw geluk verweven,
zo zijt Gij onze God.

Gij zijt in ons verloren,
wij durven U niet aan,
uw stem in onze oren,
uw komst in ons bestaan.
Een mens van vlees en bloed,
een Woord voor ons geboren,
een mens die sterven moet.

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.