EERSTE ZONDAG VEERTIGDAGENTIJD

Zondag 21 februari       Vasten        Bidden       Delen

Ontsteken van het licht

Kruisteken
In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Openingslied
Hoort hoe God met mensen omgaat,
hoe Hij zijn belofte houdt,
die de mens van den beginne
adem geeft en gaande houdt.

Hoort hoe God met mensen omgaat
hoe Hij ons een Dienaar zond,
die met liefde als zijn wapen
ons voorgoed aan zich verbond.

Hoort hoe God met mensen omgaat
hoe wij Hem ter harte gaan,
die ook hier tot ons zal spreken
als wij vragen naar zijn Naam.

Inleidend woord
In deze coronatijd raakt bij veel mensen het dagelijks ritme zoek,
dat geldt ook voor het ritme van het liturgisch jaar.
Kerstmis en Driekoningen
lijken zo maar voorbij te zijn gegaan.
En deze eerste zondag van de veertigdagentijd
komt voor sommigen van ons als een verrassing.
En toch is het opnieuw zover:
we kijken gedurende veertig dagen weer uit naar Pasen.
Naar het voorbeeld van het oude Israël
en zoals ook Jezus zelf,
beleven we weer onze woestijnervaring.
We krijgen kansen om de echte levenswaarden
opnieuw te ontdekken,
om onze tochtgenoten te waarderen en te helpen,
om overbodige ballast achter te laten,
en ons levenskompas meer op God te richten.

Openingsgebed
Heer onze God, leer ons in deze veertigdagentijd
met meer toeleg en vroomheid het evangelie te beleven,
en beter te begrijpen
dat wij niet leven van brood alleen,
Maar van elk woord dat Gij ook spreekt in deze tijd.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,
die met U leeft en heerst,
in de eenheid van de heilige Geest, God,
door de eeuwen der eeuwen. Amen.

Eerste Lezing Genesis 9,8-15
Dit zei God tot Noach en zijn zonen: ‘Nu ga ik mijn verbond aan met u en met uw nageslacht en met alle levende wezens die bij u zijn, met de vogels en de viervoetige dieren, met alle dieren van de aarde die bij u zijn, met al wat uit de ark is gekomen, al het gedierte van de aarde. Ik ga met u een verbond aan dat nooit meer enig levend wezen door het water van de vloed zal worden uitgeroeid en dat er zich nooit meer een vloed zal voordoen om de aarde te verwoesten.’ En God zei: ‘Dit is het teken van het Verbond dat Ik instel tussen Mij en u en alle levende wezens die bij u zijn, voor alle geslachten. Ik zet mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen Mij en de aarde. Wanneer Ik op de aarde de wolken samenpak en de boog in de wolken zichtbaar wordt, dan zal Ik denken aan het verbond tussen Mij en u en alle levende wezens; alles wat leven heeft. De wateren zullen nooit meer zwellen tot een vloed om al wat leeft te verdelgen.”
Woord van de Heer Wij danken God

Vers voor het evangelie
Niet van brood alleen leeft de mens
maar van ieder woord
dat uit de mond van God voort komt.

Evangelie Marcus 1,12-15
In die tijd dreef de Geest Jezus naar de woestijn. Veertig dagen bracht Hij in de woestijn door, terwijl Hij door de satan op de proef werd gesteld. Hij verbleef bij de wilde dieren en de engelen bewezen Hem hun diensten. Nadat Johannes was gevangen genomen ging Jezus naar Galilea en verkondigde Gods Blijde Boodschap. Hij zei: ‘De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.
Woord van de Heer Wij danken God

Overweging
In de eerste lezing horen we dat God een verbond sluit met Noach en zijn zonen. En als teken van dat verbond plaatst God zijn boog aan de hemel. God plaatst zijn boog in de wolken, als teken dat de aarde nooit meer zal ondergaan in een zondvloed. De regenboog is voor ons, als teken van dit verbond, de boog die hemel en aarde verbindt. Daarom zie je in veel kerken een afbeelding van een regenboog. Aan het begin van de regenboog staan daar dan de namen van de pas gedoopte kinderen, en aan het eind van de boog de namen van de overledenen. Zo wordt prachtig verbeeldt dat een mensenleven vanaf het allereerste begin tot het einde als het ware onder de paraplu van de Allerhoogste geborgen is. Dat zelfde beeld zie ik door de dag heen ook graag zo: Iedere nieuwe dag die God me geeft staat zijn boog vanaf ’s morgens vroeg tot het eind van de nacht over mijn leven gespannen. Hij waakt dag en nacht over me.

Het is een prachtig beeld dat we vooral ook moeten vasthouden. Maar toch staat er vandaag in de eerste lezing iets anders. Het woord ‘regenboog’ komt daar niet in voor. Er staat: ‘God zet zijn boog in de wolken’, zijn boog dus. Het gaat hier namelijk over de boog die gespannen wordt om er pijlen mee af te schieten. ‘God plaatst zijn boog in de wolken’ betekent hier dat God vrede sluit met Noach en zijn zonen en met alle levende wezens. De strijd is voorbij. God hangt, bij wijze van spreken, zijn pijlen aan de wilgen en zijn boog aan de hemel. Hij schiet geen dodelijke pijlen meer af. Hij is niet langer de God van de wraak. Hij heeft vrede gesloten met alles en iedereen. Na de zondvloed laat God de mens met een schone lei beginnen.

Hoe gaat de mens om met dit nieuwe begin, met dit visioen van vrede, nu Gods wraak verleden tijd is. En hoe staat het met de pijlen en de boog van de mens nu God die voorgoed heeft opgeborgen. Het lijkt er nog te vaak op dat de mens zijn pijl en boog van de wraak niet aan de wilgen heeft gehangen of in de wolken heeft gezet, maar vervangen heeft door modern wapentuig. In vele landen woeden oorlogen; overal worden moeizame vredesonderhandelingen gevoerd die dikwijls weinig opleveren. Maar vredesonderhandelingen vormen wel een hoopvol teken, en het is de enig begaanbare weg naar de vrede en harmonie waarvan in het evangelie sprake is: ‘het Rijk Gods dat nabij is.’

In de woestijn, heeft Jezus met de engelen het kwaad overwonnen. Het kwaad dat voorgesteld wordt door de wilde dieren. Jezus ‘verblijft bij ze’ zegt het evangelie.

Daar in de woestijn is vrede ontstaan
in het hart van een mens die ons goddelijke wegen wijst.

In de woestijn is God opnieuw begonnen: geen duivel die er tussen kan komen. In de woestijn spant Jezus opnieuw de boog tussen de hemel en de aarde: de boog van het Nieuwe Verbond. Hij trekt de woestijn in, Hij weerstaat de bekoringen. Hij keert naar Galilea terug en verkondigt Gods Blijde Boodschap.
‘De Geest drijft Jezus naar de woestijn’, hoorden we. Dat zinnetje klinkt zo eenvoudig, maar nergens voel je je zo verloren als in een woestijn. Het is één grote onafzienbare vlakte. Eindeloze kilometers zand of verdord gras, geen afwisseling van zand en rotsen. Grote delen van de aarde zien er zo uit. En helaas soms ook gedeeltes van ons eigen leven.

Zou een verblijf in de woestijn ons misschien ook iets op kunnen leveren?

In de Verenigde Staten experimenteert men al langere tijd met de volgende methode om onverbeterlijke misdadigers weer op het rechte pad te krijgen. Men dropt een kleine groep misdadigers ergens ver in de woestijn. Ze krijgen weinig eten en drinken mee en bijna geen gereedschap. Er staan geen muren om hen heen en geen metershoog prikkeldraad, alleen een paar gewapende bewakers, om te voorkomen dat de gevangenen elkaar zouden vermoorden. Weglopen kunnen ze niet, want ze zijn honderden kilometers van de bewoonde wereld verwijderd. Om te overleven moeten ze de strijd aangaan met de woestijn – én vooral met zichzelf. Want willen ze overleven, dan moeten ze discipline aan de dag leggen; zuinig omspringen met het weinige eten en drinken en proberen de schaarse voorraden aan te vullen met wat de dorre woestijn misschien toch nog te bieden heeft. Ze moeten de hitte van de dag verdragen en ’s nachts de ijzige kou. En vooral moeten ze leren om elkaar te verdragen, want mensen handelen en denken verschillend. En toch moeten ze samenwerken, want ze hebben elkaar nodig om te kunnen overleven. Zes weken duurt zo’n woestijnperiode, en die eindigt bijna altijd positief: Na die zes weken zijn die zogenaamd hopeloze gevallen nieuwe mensen geworden.

Zes weken. Dat is precies de tijd die ook Jezus in de woestijn doorbracht om zich voor te bereiden op zijn taak: God verkondigen in woord en daad.
Zes weken duurt onze Veertigdagentijd. We worden daarbij gelukkig niet letterlijk in de woestijn gedropt. Maar in de figuurlijke woestijn van de Veertigdagentijd kunnen we door gebed, naastenliefde en soberheid weer groeien in het geloof, het vertrouwen dat Gods boog van ’s morgens vroeg tot het eind van de nacht over ons leven gespannen staat.
Dat Hij over ons waakt, dag en nacht.

Om bij stil te staan
* Het Goede Nieuws dat Jezus verkondigde omvat vier punten. Welke zijn dat?

* Wat is de betekenis van deze punten voor onze tijd, voor mij?

Voorbede
Heer, maak ons in deze veertigdagentijd
hongerig naar Uw Woord.
Breng ons de discipline bij
om tijd vrij maken voor bezinning en gebed.
Help ons de gebroken relatie met U,
met onze naasten en onszelf, te herstellen.

Heer, laat ons in deze veertigdagentijd
groeien in naastenliefde;
dat we onze consumptie verminderen
en onze solidariteit met de armen vergroten;
dat we streven naar een rechtvaardige verdeling van de rijkdommen;
dat de opbrengst van onze vastenactie daarvan mag getuigen.

Heer, wij bidden voor onze eigen parochiegemeenschap:
Voor de zieken, de eenzamen, de bedroefden:
dat zij in hun woestijn engelen mogen ontmoeten
die hen nabij zijn, die hen bemoedigen.
Wij bidden voor onze dierbare doden……..
dat zij in vrede bij God mogen zijn.

Voeg uw eigen intenties toe……..

Vatten we onze gebeden samen in het gebed dat Jezus ons gegeven heeft.
Onze Vader …

Geestelijke communie
Heer Jezus,
ik dank U voor uw Woord van Leven
waarmee U mij hebt gevoed.
Graag zou ik U ook ontmoeten.
in de communie, uw Brood van Leven,
maar dat is nu onmogelijk.
Daarom bid ik:
aanvaard mijn verlangen
om hecht verbonden te zijn met U.
Kom met uw liefde in mijn hart
en laat mij niet vergeten
dat uw Geest in mij woont.
Wees Gij in mij, opdat ik blijf in U
mijn Heer, en mijn God.

Korte Stilte

Slotgebed en Zegen
Heer, Gij hebt uw volk in de woestijn geleid
om het te louteren in de beproeving.
Gij hebt het gevoed met brood uit de hemel.
Bevestig ook ons in deze trouw aan U,
schenk ons nieuwe levenskracht en voer ons binnen
in het paasmysterie van Jezus Christus, onze Heer.
In de Naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Slotlied
1.God roept de mens op weg te gaan, 
zijn leven is een reis: 
‘Verlaat wat gij bezit en ga 
naar ’t land dat ik u wijs.’ 

2.Het volk van God was veertig jaar,
– een mensenleven lang –
op weg naar het beloofde land,
het land van Kanaän.

3.‘De mens leeft niet van brood alleen’,  
zo hebben wij geleerd 
en ‘niet beproeven zult gij Hem 
die het heelal beheert’. 

4.Vereren moet gij slechts de naam
des Heren: Hij die is
de wolk die voor u uit zal gaan
licht in de duisternis.

5.Heer, geef ons moed en doe ons gaan  
uw weg door de woestijn 
en laat uw Zoon een laaiend vuur, 
de nieuwe Mozes zijn 

6.Gezegend zijt Gij, Eeuwige;
die ons het leven geeft:
Stem die al voor de eerste mens
belofte bent geweest.

 

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.