DERDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD

Zondag 7 maart

Ontsteken van het licht
Wij wenden ons naar Uw licht.
Uw licht zoeken wij vanuit onze duisternis.
Als Uw licht verschijnt
dan wordt zelfs het duister weer helder,
dan wordt ons de nacht als de dag.

Kruisteken
In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Openingslied
Heer, laat uw Woord ons leiden,
dat ons door alle tijden
uw boodschap doet verstaan;
Heer, wil met uw genaden
uw kind’ren overladen,
opdat wij veilig tot U gaan.

Gij zijt de Weg en Waarheid.
Schenk ons in volle klaarheid
uw Woord als daag’lijks brood.
Geef ons uw licht en leven.
Leer ons aan ieder geven
uw grote liefde tot de dood.

Inleidend woord
De man van de straat, de kleine man / vrouw,
is nogal eens het slachtoffer van de bureaucratie
en van de macht van de groten.
Dat is in onze tijd zo, maar ook al in Jezus’ tijd.
De kleine mensen in Jezus’ tijd
werden nogal eens de dupe van de leidende klasse
en van hen die in het tempelcomplex
het symbool zagen van hun prestige en macht.
Maar Jezus neemt het voor deze kleinen op
en aanvaardt niet dat de tempel misbruikt wordt.
Door zo op te treden tekent Hij zijn doodvonnis.
De figuur van Jezus is voor ons belangrijker
dan stenen, kerken of tempels.
Op Golgotha zal men ‘de tempel afbreken’,
maar met Pasen zal Hij verrijzen.

Openingsgebed
Heer onze God, alle goedheid en barmhartigheid vindt haar oorsprong in U:
Gij leert dat vasten, gebed en vrijgevigheid middelen tegen de zonde zijn.
Zie genadig naar ons, zwakke mensen, die onze schuld belijden;
onder onze fouten gaan wij gebukt,
maar wil ons in uw barmhartigheid telkens weer oprichten.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst,
in de eenheid van de heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen. Amen.

Vers voor het evangelie
Schep in mij een zuiver hart, mijn God,
dat mijn mond uw lof kan zingen.

Evangelie Joh.2,13-25
Toen het paasfeest der Joden nabij was ging Jezus op naar Jeruzalem. In de tempel trof Hij de verkopers aan van runderen, schapen en duiven en ook de geldwisselaars die daar zaten. Hij maakte van touwen een gesel, dreef ze allemaal uit de tempel, ook de schapen en de runderen; het kleingeld van de wisselaars veegde Hij van de tafels en Hij wierp die omver.
En tot de duivenhandelaars zei Hij: ‘Weg met dit alles! Maakt van het huis van mijn Vader geen markthal!’ Zijn leerlingen herinnerden zich dat er geschreven staat: De ijver voor Uw huis zal mij verteren. De Joden richtten zich tot Hem met de woorden: ‘Wat voor teken kunt Gij ons laten zien dat Gij dit doen moogt?’ Waarop Jezus hun antwoordde: ‘Breekt deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.’ Maar de Joden merkten op: ‘Zesenveertig jaar is aan deze tempel gebouwd; zult Gij hem dan in drie dagen doen herrijzen?’ Jezus echter sprak over de tempel van zijn lichaam. Toen Hij dan ook verrezen was uit de doden herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden in de schrift en in het woord dat Jezus gesproken had.
Terwijl Hij bij gelegenheid van het paasfeest in Jeruzalem was, begonnen er velen in zijn Naam te geloven bij het zien van de tekenen die Hij deed. Maar Jezus van zijn kant had geen vertrouwen in hen omdat Hij allen kende. Hij wist wat er in de mens stak en daarom was het niet nodig dat iemand Hem over de mens inlichtte.
Woord van de Heer Wij danken God.

Overweging
De evangelielezingen op de zondagen van de veertigdagentijd laten ons op weg gaan naar Golgotha om dan, na Golgotha, Jezus uiteindelijk in de paastuin te ontmoeten als de verrezen Heer. Zo verbleven we op de eerste zondag met Jezus in de woestijn. En daar, in de stilte en eenzaamheid, riep Gods stem ons op tot bekering; spoorde die stem ons aan ons leven af te stemmen op het evangelie en de Blijde Boodschap van Gods liefde te ontvangen en ook zelf waar te maken in het leven van alledag.
Vorige week, gingen we met Jezus de berg Thabor op. En Jezus liet ons bovenop de berg in stralend wit licht het geheim zien van God die in Hem woont. Daar boven op de Thabor waren we als het ware Golgotha al voorbij en werd het volle licht van Pasen al even zichtbaar.
We daalden daarna de berg weer af en onderweg naar Golgotha en de paastuin arriveren we vandaag met Jezus bij de tempel in Jerusalem. Daar zijn we voor het eerst getuige van de spanningen rondom Jezus. De evangelist Johannes plaatst deze spanningen al aan het begin van zijn evangelie. Jezus’ dood en verheerlijking zijn in de kiem dan al aanwezig als Jezus de tempel schoon veegt van handelaars en geldwisselaars……
De tempel is een vast gegeven in de geschiedenis van het Joodse volk. Het is de ruimte waar God woont en waar mensen samenkomen. De tempel waar Jezus binnenkomt, is door Herodes herbouwd. Het is de derde tempel sinds koning Salomo. Rond de tempel was veel bedrijvigheid. Het offergeld moest er worden omgewisseld en om te offeren konden runderen, schapen en duiven gekocht worden. Er was daar sprake van corrupte handel, de Joodse leiders verdienden er een dikke boterham aan.
Jezus houdt van de tempel als plaats van gebed. En als die plaats wordt misbruikt om op corrupte wijze handel te drijven maakt hem dat woedend. Hij neemt de kritiek van de profeten over. De kritiek, dat God aan mensen die de tempel binnen gaan geen offers vraagt van dieren maar een zuiver hart. En Jezus’ ijver voor Gods huis leidt ertoe dat Hij onverwacht krachtig en impulsief optreedt om de tempel de plaats te laten blijven waar God gedankt en geprezen wordt. Het is de enige keer in de Bijbel dat Jezus zo hard optreedt. ‘Maak van het huis van mijn Vader geen markthal’, schreeuwt Hij de handelaars en geldwisselaars toe. Want dat is de tempel toch: het huis van zijn Vader. Het huis waar zijn Vader en mensen elkaar kunnen ontmoeten. Die handelaars, geldwisselaars en ook de Joodse leiders hebben blijkbaar andere goden: de goden van geld en winst.
Maar er is in het evangelie meer aan de hand. Jezus doet in dit evangelie een uitspraak
waarmee hij de waarde van de stenen tempel ook relativeert. Hij spreekt van afbreken en weer opbouwen. ‘Breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.‘ Hij wijst daarmee op zijn sterven en verrijzen, maar zegt daarmee ook dat Hij de nieuwe levende tempel is. Jezus zelf is de woning van God onder de mensen. De tempel is uiteindelijk niet onmisbaar. Israël heeft tijdens de ballingschap een zuivering meegemaakt. Het heeft toen veel moeten inleveren. In de ballingschap werden de tempel en het koningschap van het volk afgenomen. Maar juist daardoor kon het geloof meer verinnerlijkt worden: het kon groeien in het hart van de mensen.
Ons eigen stenen kerkgebouw wordt ook alleen maar levend door Gods aanwezigheid
en onze samenkomst daarin. Zo laat Huub Oosterhuis ons dat ook zingen in zijn lied
‘Zomaar een dak boven wat hoofden….’ waarin we ook zingen: ‘Huis dat een levend lichaam wordt als wij er binnengaan om recht voor God te staan.’ Alles wat wij met stenen opbouwen kan worden afgebroken. Maar een gemeenschap, waar mensen er zijn voor elkaar, wordt nooit afgebroken. Oorlogen hebben kerken en moskeeën vernietigd. Het verminderde kerkbezoek leidt tot sluiting van kerken. Er komt een boekenwinkel in of er worden appartementen in gebouwd. Deze ontwikkeling kan ons op het spoor zetten om terug te keren naar de kern van het geloof en weer thuis te komen bij Jezus, de levende Tempel, de woonplaats van God. Ons vieren, bidden en zingen in de kerk heeft dat op het oog: thuiskomen bij de levende Tempel, bij Jezus en elkaar.

Een korte anekdote ter inleiding van mijn slotzinnen.

Een opa maakte in de lente eens een wandeling met zijn kleindochter. Zij plukte wat bloemetjes uit de slootkant, verwonderde zich over het gezang van de vogels en gooide steentjes in het water. En met haar kleine handje in die van haar opa huppelde ze vrolijk naast hem voort, praatte honderduit en stelde de ene vraag na de andere….
In haar vrolijke onbevangenheid en de ontluikende natuur zag haar gelovige opa het geheim van Gods aanwezigheid en hij deed zijn best om zijn kleindochter iets van dat geheim mee te geven. En terwijl hij daar wat haperend mee bezig was onderbrak het meisje hem plotseling en vroeg: ‘Maar opa, waar leeft God eigenlijk?’ Opa dacht even na en zei toen: ‘Kom mee naar dat bruggetje daar en kijk in het water’. Zijn kleindochter boog zich, met hulp van haar opa, over de brugleuning en zag haar spiegelbeeld in het water. ‘Kijk’, zei opa, ‘daar leeft God, in jou!’

‘God leeft in jou.’ Ieder van ons is een tempel waar God in woont. “Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont?” (I Kor.3,16). Dat brengt me tot slot op de niet onbelangrijke vraag: Hoe druk is het in mijn eigen tempel met de handel in wisselgeld en runderen? Is mijn tempel nog een huis van gebed, een plaats van ontmoeting met de Heer?

Om bij stil te staan: zie de vier regels hierboven

Voorbede
Bidden wij vol vertrouwen tot God onze hemelse Vader.

Voor de leiders van de volken: dat Gods bedoelingen met iedere mens
het moge winnen van alle politieke, economische en sociale machtswellust….

Voor kleine mensen die lijden onder de macht van de groten:
dat zij licht, sterkte en kracht vinden in de beproeving
en hun lijden kunnen verenigen met dat van de gekruisigde Heer….

Voor onszelf: dat we het venster op God geopend houden
dat we kunnen blijven geloven in de Blijde Boodschap en in de kracht van het gebed….

Voor onze parochiegemeenschap: dat wij in vrede met elkaar samenleven
dat wij bereid zijn ons leven broederlijk te delen met allen die het moeilijk hebben….

Voor onze dierbare overledenen: dat zij voor altijd gelukkig zijn bij de Heer.
En voor de nabestaanden: dat hun verdriet om het afscheid wordt verzacht……

Voeg uw eigen intenties toe……..

Vatten we onze gebeden samen in het gebed dat Jezus ons gegeven heeft.
Onze Vader …

Geestelijke communie
Heer Jezus,
ik dank U voor uw Woord van Leven
waarmee U mij hebt gevoed.
Graag zou ik U ook ontmoeten.
in de communie, uw Brood van Leven,
maar dat is nu onmogelijk.
Daarom bid ik:
aanvaard mijn verlangen
om hecht verbonden te zijn met U.
Kom met uw liefde in mijn hart
en laat mij niet vergeten
dat uw Geest in mij woont.
Wees Gij in mij, opdat ik blijf in U
mijn Heer, en mijn God.

Korte Stilte

Slotgebed en Zegen
Heer, onze God,
wij danken U voor uw Woord en voor de geestelijke communie.
Wek in ons het geloof en de werken
opdat de gave van de Geest die Gij in ons hart hebt gestort,
niet zonder vrucht zal blijven.
In de Naam van + de Vader, en de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Slotlied
1.God roept de mens op weg te gaan, 
zijn leven is een reis: 
‘Verlaat wat gij bezit en ga 
naar ’t land dat ik u wijs.’ 

2.Het volk van God was veertig jaar,
– een mensenleven lang –
op weg naar het beloofde land,
het land van Kanaän.

3.‘De mens leeft niet van brood alleen’,  
zo hebben zij geleerd 
en ‘niet beproeven zult gij Hem 
die het heelal beheert’. 

4.Vereren moet gij slechts de naam
des Heren: Hij die is
de wolk die voor u uit zal gaan
licht in de duisternis.

5.Heer, geef ons moed en doe ons gaan  
uw weg door de woestijn 
en laat uw Zoon een laaiend vuur, 
de nieuwe Mozes zijn 

 6.Gezegend zijt Gij, Eeuwige;
 die ons het leven geeft:
 Stem die al voor de eerste mens
 belofte bent geweest.

 

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.