ASWOENSDAG

ASWOENSDAG
17 februari
Ontsteken van het licht

Kruisteken
In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Openingslied
Een smekeling, zo kom ik tot uw troon:
leg met uw woord beslag op mijn gedachten,
opdat ik in het licht der waarheid woon.
Laat niet vergeefs mij op uw bijstand wachten.
Leer mij uw wet, die goed is waar en schoon,
dan loof ik U bij dagen en bij nachten.

Al uw geboden zijn gerechtigheid.
Ik prijs uw woord met juichende gezangen.
Uw rechterhand geleide mij altijd;
naar uw geboden richt ik al mijn gangen.
Het is uw wet, waarin ik mij verblijd,
het is uw heil, waarnaar ik blijf verlangen.

Geef leven aan mijn ziel, wees Gij mijn lied,
geef dat ik eeuwig U mag toebehoren.
Onthoud mij uw getuigenissen niet.
Ik was een schaap, en had de weg verloren.
Zoek, Heer, uw knecht. Ik hoor wat Gij gebiedt.
Gij hebt mij immers tot uw dienst verkoren.

Inleidend woord
Op deze dag wordt ons ‘as’ opgelegd. Het is het begin van een tocht van veertig dagen naar het lijden, sterven en verrijzen van de Heer. De liturgie van onze kerk neemt ons mee met een boodschap van omkeer door vasten, gebed en delen met de minsten. Een omkeer die eigenlijk een toekeer is: een afkeer van alles wat ons gevangen houdt naar een toekeer/een toevertrouwen in de bevrijdende werking van Gods liefde en nabijheid. In het vieren van de omkeer worden we met hart en ziel meegenomen. De vieringen willen ons innerlijk raken zodat we gesterkt worden om een bevrijdende levenswandel te volgen. En het teken vandaag is de as, die niet alleen maar doods is. Want as was ooit een soort reinigingsmiddel: men smeerde zich ermee in, ‘waste’ zich ermee. En as is ook de basis van waaruit iets nieuws kan groeien. ‘Uit de as herrezen’ wordt soms gezegd. Dat proces mogen we aan het begin van de veertigdagentijd ingaan: ‘herrijzen’ door te groeien in geloof en door bewuster te gaan lopen in de voetstappen van de Heer.

Openingsgebed
Heer, laat allen die zich voor Christus inzetten,
nu de heilige vastentijd binnengaan.
Sterk ons om te weerstaan aan de macht van het kwaad.
Geef dat wij ons iets kunnen ontzeggen
en kracht vinden in vasten en onthouding.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,
die met U leeft en heerst,
in de eenheid van de heilige Geest, God,
door de eeuwen der eeuwen. Amen.
Vers voor het evangelie
Schep in mij een zuiver hart, mijn God,
geef mij weer de weelde van uw zegen.

Evangelie  Mattheüs 6, 1-6 16-18
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: ‘Denkt er om: beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen, om de aandacht te trekken; anders hebt gij geen recht op loon bij uw Vader die in de hemel is. Wanneer gij dus een aalmoes geeft, bazuin het dan niet voor u uit zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat, opdat zij door de mensen geprezen worden. Voorwaar ik zeg u: zij hebben hun loon al ontvangen. Als gij een aalmoes geeft laat uw linkerhand dan niet weten wat uw rechter doet opdat uw aalmoes in het verborgene blijve; en uw Vader die in het verborgene ziet zal het u vergelden.

Wanneer gij bidt, gedraagt u dan niet als de schijnheiligen die graag in de synagogen en op de hoeken van de straten staan te bidden om op te vallen bij de mensen. Voorwaar ik zeg u: zij hebben hun loon al ontvangen! Maar als gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bid tot uw Vader, die in het verborgene is; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.

Wanneer gij vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen; zij verstrakken hun gezicht om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn. Voorwaar ik zeg u: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als gij vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht om niet aan de mensen te laten zien dat gij vast, maar vast voor uw Vader die in het verborgene is en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.”
Woord van de Heer-Wij danken God

Overweging
Vandaag begint dus de veertigdaagse voorbereiding op het lijden, sterven en verrijzen van de Heer. Vanouds werd dit de ‘vastentijd’ genoemd. Veertig dagen lang, de zondagen uitgezonderd, werd er sober geleefd, minder gegeten en gedronken.
In de jaren zestig van de vorige eeuw is dit allemaal wat anders geworden. Het lijkt wel of in die periode naast de biecht, ook het vasten is afgeschaft. Als ‘echte vastendagen’ zijn eigenlijk alleen nog Aswoensdag en Goede Vrijdag over gebleven.
En toch lijkt het vasten ook weer terrein te winnen. Het zijn de moslims in ons midden die met hun ramadan, het vasten weer onder onze aandacht hebben gebracht. En ook op een andere manier zien wij dat de belangstelling voor ‘vasten’ weer toeneemt. Mensen willen bewuster gaan leven, niet meer zomaar van alles en nog wat eten en drinken, maar hun leven en eetgewoontes weer in balans brengen. De ene dag is er dan misschien volop gebak maar de andere dag bij voorbeeld alleen een paar droge crackers!
Maar iedere christen weet dat vasten niet alleen met eten en drinken te maken heeft.
De vastentijd is ook een periode van inkeer en bezinning. Daar doelt de profeet Joël op als hij vandaag zegt (in de eerste lezing die ik vanwege ruimtegebrek niet heb opgenomen):
‘Zo spreekt God de Heer: Keert tot mij terug, van ganser harte, met vasten, met geween en met rouwklacht. Scheurt uw hart en niet uw kleren, keert terug tot de Heer uw God.’
‘Scheurt uw hart niet uw kleren’, dat betekent: vast niet alleen uiterlijk, maar laat dit een tijd zijn van het hart, van inkeer en bezinning. Maak je in de vastentijd vrij van overbodige zorgen en activiteiten, en creëer op die manier ruimte voor wat, of eigenlijk voor Wie het allerbelangrijkste is in het leven. Ga anders leven, om dichter bij God te komen.
Dat kan, zegt de bijbel, door te vasten, door meer te bidden, en door te zorgen voor mensen in nood. Ons leven kan dan een meer evenwichtige mix worden van: ikzelf, God en de naaste. En als dat in de afgelopen tijd niet zo geweldig gelukt is denk dan vooral aan de Blijde Boodschap van het evangelie. De Blijde Boodschap dat: ook al vergeten wij God soms, Hij ons nooit vergeet. Ook al gooien wij bij wijze van spreken de stenen tafelen van zijn geboden aan diggelen, Hij zal altijd weer barmhartig over het hart strijken. Hij laat ons nooit vallen. ‘Genadig is Hij en barmhartig, lankmoedig en vol liefde, en hij heeft spijt over het onheil’, zegt de profeet Joël in de eerste lezing. Er is altijd ruimte om opnieuw te beginnen, ruimte voor inkeer en omkeer.
Aan God zal het niet liggen, maar zal het ons de komende tijd gaan lukken om meer vriend(in) en leerling van Jezus te worden, om ons leven meer te richten op Hem? En zal het ons gaan lukken ons meer bewust te worden van onze vastgeroeste, minder goede gewoontes en verslavingen en daar wat aan te gaan doen?

Aan het begin van de Veertigdagentijd die ons uiteindelijk naar Pasen leidt ontvangen wij het askruisje. Wij worden getekend met het kruis, waarmee wij al getekend zijn vanaf ons doopsel. En sinds het doopsel is dat kruisteken ontelbare keren over ons gemaakt.
Toen wij klein waren ontvingen wij van onze ouders voor het slapen gaan een kruisje op het voorhoofd. Voordat een brood werd aangesneden, werd het brood getekend met het kruis, waarmee we erkennen dat ons voedsel, ja, dat alles wat de aarde voortbrengt, uiteindelijk een gave is van God. We beginnen iedere viering weer met een kruisteken.
En het is nog altijd een goed gebruik om ook een werk, een studie of een vergadering te beginnen met een kruisteken. Een kruisteken herinnert aan Gods nabijheid op onze levensweg. Het is ook een teken van hoop op een ongekend nieuw leven na de dood.

De as die afkomstig is van de palmtakken die verbrand zijn (en dit jaar vanwege corona uitgestrooid wordt op het hoofd) is in de bijbel een teken van boete. De zondaar drukt er zijn berouw mee uit en vraagt om Gods barmhartigheid. Het is een teken dat hij zich wil bekeren dat Hij God en zijn naaste meer wil beminnen. Als wij ons as laten opleggen erkennen we dat ook wij zondaars zijn. Wij vragen God vergiffenis en bidden om de gave van bekering. As herinnert ook aan de vergankelijkheid van ons bestaan. Vroeg of laat keren we lichamelijk allemaal terug tot stof. Alles wat we ooit gekregen en verzameld hebben moeten we dan uit handen geven. We zien daardoor weer meer de betrekkelijkheid van al het materiële. Als we dat tot ons laten doordringen zet de as ertoe aan, ons in te zetten voor wat niet vergaat, voor alles wat Gods Rijk dichter bij brengt: vrede, rechtvaardigheid en liefde.

Om bij stil te staan
* Wat leert Jezus mij in het evangelie over ‘het geven van aalmoezen’ / ‘de zorg voor mensen in nood’? Welke houding bekritiseert Hij? Hoe sta ik daar zelf in?

* Wat leert Jezus mij in het evangelie over ‘bidden’?
Welke houding bekritiseert Hij? Hoe sta ik daar zelf in?

* Wat leert Jezus mij in het evangelie over ‘vasten’ / ‘sober leven’?
Welke houding bekritiseert Hij? Hoe sta ik daar zelf in?

Voorbede
Laat ons bidden voor de Kerk,
het ‘volk van God onderweg’, waartoe ook wij behoren:
dat ieder van ons zijn gaven ten dienste wil stellen van de gemeenschap,
dat wij elkaar bemoedigen en bevestigen in het goede.

Laat ons bidden om geloof en moed voor onszelf:
dat wij in deze veertigdagentijd, tijd vrij maken voor gebed en bezinning,
dat wij het risico van verzoening en vergeving aangaan,
dat wij in deze vasten solidair zijn met hen die het broodnodige missen.

Laat ons bidden voor alle mensen van onze parochie:
dat deze veertigdagentijd voor ieder van ons
een tijd van bekering mag worden,
een tijd van nieuwe keuzes, een tijd van inzicht op een vernieuwd leven.

Voeg uw eigen intenties toe……..

Vatten we onze gebeden samen in het gebed dat Jezus ons gegeven heeft.
Onze Vader …

Geestelijke communie
Heer Jezus, ik dank U voor uw Woord van Leven
waarmee U mij hebt gevoed.
Graag zou ik U ook ontmoeten.
in de communie, uw Brood van Leven,
maar dat is nu onmogelijk.
Daarom bid ik: aanvaard mijn verlangen
om hecht verbonden te zijn met U.
Kom met uw liefde in mijn hart
en laat mij niet vergeten
dat uw Geest in mij woont.
Wees Gij in mij, opdat ik blijf in U
mijn Heer, en mijn God.

Korte Stilte

Slotgebed en Zegen
Heer bij de aanvang van de veertigdagentijd
mochten wij uw Woord ontvangen.
Geef ons de genade, de moed en de kracht
om uw Woord gestalte te geven in ons leven.
Laat uw Geest ons bezielen tot daden
van goedheid en liefde.
In de Naam van + de Vader, en de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Slotlied
1.God roept de mens op weg te gaan, 
zijn leven is een reis: 
‘Verlaat wat gij bezit en ga 
naar ’t land dat ik u wijs.’ 

2.Het volk van God was veertig jaar,
– een mensenleven lang –
op weg naar het beloofde land,
het land van Kanaän.

3.‘De mens leeft niet van brood alleen’,  
zo hebben wij geleerd 
en ‘niet beproeven zult gij Hem 
die het heelal beheert’. 

4.Vereren moet gij slechts de naam
des Heren: Hij die is
de wolk die voor u uit zal gaan
licht in de duisternis.

5.Heer, geef ons moed en doe ons gaan  
uw weg door de woestijn 
en laat uw Zoon een laaiend vuur, 
de nieuwe Mozes zijn 

6.Gezegend zijt Gij, Eeuwige;
die ons het leven geeft:
Stem die al voor de eerste mens
belofte bent geweest.

Ter herinnering: We vieren iedere zondag weer de eucharistie om 10.00 u.
Op vrijdag gaan we ook weer vieren, vanaf 19 februari, om 9.30 uur waarna om 10.00 uur de aanbidding tot 10.30 uur. Voor de viering op zondag dient u zich aan te melden vrijdags voorafgaande aan de desbetreffende zondag bij Kitta: tussen 9.00 u. en 11.00 u. tel. 06 13950254.

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.