Doopsel

Door het H. Doopsel worden volwassenen en kinderen opgenomen in de kerkgemeenschap en krijgen ze een persoonlijke band met Jezus.

Dit sacrament wordt toegediend op 12 zogenaamde ‘doopzondagen’ in het jaar, dit is steeds de eerste zondag van de maand.

Vol­wassenen worden meestal tijdens de Paaswake gedoopt. Aan de toediening van het doopsel van kinderen gaat een persoonlijk gesprek met de ouders vooraf. Volwassenen ontvangen een langere opleiding.

Om het doopsel vruchtbaar te laten zijn moet een gelovige opvoeding of, bij volwassenen, een verdere geloofsverdieping volgen. Wie niet of nauwelijks deelneemt aan de (weekend)vieringen zal op den duur de band met Jezus en de geloofsgemeenschap verliezen.

DE DOOP EEN GOED BEGIN VAN EEN NIEUW LEVEN!

Op de rand staat geschreven, “Gaat en leert alle volkeren hen doopende in de naam des Zoons en des Heiligen Geestes. Math: XXVIII 19.”

Dopen: spoedig na de geboorte of (iets) later            Het is tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend dat ouders hun kindje laten dopen, daar denken ze eerst goed over na. En dat is maar gelukkig ook want door je kind te laten dopen neem je een belangrijke beslissing. Sommige ouders staan direct na of zelfs al voor de geboorte van hun kind, gelovig open voor het wonder van het nieuwe leven. Ze ervaren de geboorte als een geschenk en hun antwoord daarop is hun kind laten dopen. Maar steeds meer ouders schuiven deze beslissing voor zich uit. Zo heb ik dit jaar kinderen gedoopt in de leeftijd van vier, vijf, zes en zeven jaar. De aanleiding tot deze latere doop is dikwijls dat de ouders en de kinderen op de (katholieke) school in aanraking zijn gekomen met ‘bidden’, met ‘verhalen uit de bijbel’ en met ‘de voorbereiding op de eerste heilige communie.’ In enkele gevallen waren het eerder de kinderen zelf dan de ouders die naar de doop verlangden. Dat is niet zo verwonderlijk, want kinderen kunnen spontaan praten met Jezus (bidden) en zich gemakkelijk geraakt voelen door bijbelse verhalen. Vooral door verhalen die gaan over Jezus’ aandacht voor kinderen en voor mensen die het moeilijk hebben. Want overal waar Jezus mensen aankijkt, aanspreekt of aanraakt gebeurt er iets bijzonders, dat geldt in het bijzonder voor de doop, waarin Hij de kinderen aanraakt.

De doop: een goed begin dus van een nieuw leven!

Opgave: Voor de doop bij diaken Piet Steur Tel: 0224-213801

E-mail: p.steur@quicknet.nl

Veel gestelde vragen:

Ouders: Minimaal één van de ouders moet Katholiek gedoopt zijn, het Vormsel hebben ontvangen en vrij regelmatig de Eucharistie meevieren.

Peter en Meter: De Peter en/of Meter moet Katholiek gedoopt zijn, het Vormsel hebben ontvangen en vrij regelmatig de Eucharistie mee vieren, want deze zijn de doopborgen van de dopeling en staan met hun geloof garant voor de begeleiding van de dopeling. Als de “Peter” of “Meter” daar niet aan beantwoordt, mag hij of zij wel ‘doopgetuige’ zijn. Officieel kan een niet Katholiek gedoopte, niet gevormde en zelden ter kerke gaande geen Peter of Meter zijn. Hij of zij wordt dan in het doopboek vermeld onder de naam ‘doopgetuige’.

Inschrijving: De dopeling wordt na het dopen in het doopboek ingeschreven met vermelding van de doopnamen, geboortedatum, naam ouders en peter en meter. Door de administratie wordt dit doorgeven aan de centrale ledenadministratie van het Bisdom, deze is aangesloten bij SILA (Stichting Interkerkelijke Leden Administratie voor info zie www.sila.nl )