Altaar

Hoofd Altaar

Architect en aannemer Cornelis Nicolaas Vlaming (1839-1903) schonk het hoofdaltaar in 1901 aan de Christoforuskerk ter gelegenheid van zijn 40-jarig huwelijksjubileum met Wilhelmina Snel (1841- 1926). De jaartallen van Vlamings huwelijk (1861) en van de inwijding van het altaar (1901) zijn in het schitterende schilderwerk van het altaar door kunstschilder Baars opgenomen.

Deze prachtige gotische eikenhouten opbouw is naar ontwerp van F. W. Mengelberg Utrecht in samenwerking met J.H. Brom uit Utrecht en werd grotendeels in de werkplaats van Vlaming gemaakt en rust op een toen al aanwezige stenen tafel uit 1863 met aan de voorkant drie beeldengroepen in reliëf uitgevoerd, met voorstellingen uit het oude testament:

L Offer Abel M Offer Melchiredek R Offer Abraham

 Links: Offer van Abel (Genesis 4)  Midden: Offer van Melchisedek na een overwinning van Abraham op de vijand. (Genesis 14)  Rechts: Offer Abraham die Izaak wil offeren. (Genesis 22)

Boven de altaarsteen staat de tekst: Altare Privilegiatum Quotidianum Perpetuum. (Aan dit altaar zijn eeuwigdurende voorrechten verbonden).

In het tafelblad zijn op 5 punten kruisjes gegraveerd, ter herinnering aan Christus kruiswonden en in het midden van de altaarsteen is een kleine ruimte uitgehakt (circa 15x10x4 cm) waar de Bisschop Mgr. C.J.M. Bottemanne op 22 oktober 1883 de relikwieën van de H. Fortunati en H.Felicitis heeft ingemetseld tijdens de inwijding. Dit staat opgetekend in het Bisschoppelijk Register van Kerkconsecraties.

Op de tabernakeldeur is een afbeelding te zien van het Lam Gods, staande op het boek der openbaring, gesloten door zeven zegels. (Hoofdstuk 5 van de Apocalyps of  Openbaring van Johannes).

Naast de tabernakeldeur staat links de apostel Petrus met de sleutel van de Hemeldeur en aan de rechterzijde St. Paulus met het zwaard.

Boven op het tabernakel de beeltenis van de gekruisigde Christus.

Daarboven bevinden zich twee beelden groepen welke uit Franse zandsteen is vervaardigd door de Haarlemse beeldhouwer J.P. Maas (1861 -1941 ) naar gebruik in die tijd werd het beeldwerk gepolychromeerd d.w.z. geheel in kleuren beschilderd.

Het tafereel aan de evangeliekant stelt de geboorte van Christus voor te Bethlehem en die aan de epistelzijde de H. Familie in de timmermanswerkplaats te Nazareth.

Aan de linker buitenzijde een beeltenis van de H. Catharina. (met tandrad)  Deze Heilige was de schutspatrones van Vlamings dochtertje Catharina Maria Geertrudis, dat op 6-9-1893, op zevenjarige leeftijd was overleden. Aan de rechter buitenzijde een afbeelding van de H. Cornelis, patroonheilige van de ontwerper van het altaar, Cornelis Vlaming.

Geheel bovenaan bevindt zich tenslotte het beeld van de Goede Herder.

Door deze schenking blijft de naam van bouwmeester Vlaming voor altijd aan de Christoforuskerk verbonden. Hij is begraven op het oude kerkhof achter de kerk.

 

Het tweede altaar: In 1965 werd de kerk aangepast, dit in het kader van de liturgische vernieuwing na het Tweede Vaticaanse Concilie. De kerk kreeg een nieuw natuurstenen altaar waarvan het bovenblad op twee colommen rust en geheel gepolijst is uitgevoerd. Dit naar een ontwerp van architect Richard Blank en vervaardigd uit z.g. Muschelkalk, een steensoort die in Zuid-Duitsland wordt gevonden.

In het tafelblad zijn op 5 punten kruisjes gegraveerd, ter herinnering aan Christus kruiswonden en in het midden van de altaarsteen is een kleine ruimte uitgehakt (circa 15x10x4 cm) waar de Bisschop van Haarlem Mgr. Theodorus Hendricus Johannes Zwartkruis op 27 april 1968 tijdens de inwijding de relikwieën van Martyrium Gorcomiensium, martelaar van Gorkum (1572) en die van onze patroonheilige Sint Christophorus ( – 250), heeft ingemetseld. Dit staat opgetekend in het Bisschoppelijk Register van Kerkconsecraties.

Bronvermelding:

  1. Archief Christoforusparochie Schagen
  2. Bisschoppelijk Register van Kerkconsecraties

Samenstelling F.C.Bos