Glas-in-loodramen

Als u onze kerk bezoekt en rond kijkt ziet u o.a. de prachtige glas-in-loodramen, velen zijn niet op de hoogte dat deze door het atelier Mengelberg uit Utrecht ontworpen zijn en aangemerkt worden als zeer belangrijk in de geschiedenis van de Nederlandse Glasschilderkunst. De elf glas-in-loodramen in deze kerk zijn allen door dit atelier ontworpen en gemaakt.

Van de vier ramen in de Mariakapel weten we niet zeker wie deze ramen ontworpen heeft, maar waarschijnlijk zijn ze van J. Nicolas uit Roermond.

Er is een uitgebreide brochure “Verhalen in glas” achterin de kerk verkrijgbaar bij de Willibrorduswinkel en deze kost slecht € 7,50

1 Christoforus1. Christoforus

Het raam met de afbeelding van Christoforus neemt drie vakken van het in beslag. Christoffel, met baard en boomstam als staf in zijn linkerhand, draagt het zegenende Christuskind op zijn rug door het water. Het hoofd van Christus is omgeven door een stervormige nimbus (stralenkrans). Boven in de driepas-tracering (de drie bovenste ramen) zien we bladkrullen en sterren. In het middenvak onder zien we het wapen van Schagen met aan weerszijden in het linker- en rechtervak banderollen. Op de rotspartij zien we het monogram van de beroemde glazenier Otto Mengelberg (een M waardoorheen een kruis).  Dit raam is het oudste in onze kerk. Het dateert uit 1920.

2 Leonardus van Veghel2. Leonardus van Veghel

Het raam met de afbeelding van Leonardus van Veghel, één van de martelaren van Gorkum. In het middenvak zien we Leonardus afgebeeld, de linkerarm uitstekend in het rechtervak. Hij is gekleed in toog met opstaande kraag, waarover superplie en stola. Om zijn hals zit een strop. In de nimbus (stralenkrans) rond zijn hoofd kan men lezen ‘H. Leonardus van Veghel’. Daarboven is een stralende zon. Links zien we de pauselijke tekens: de tiara (kroon) met eronder twee gekruiste Petrus-sleutels. Onder de voeten zijn de wapens van Gorkum en Den Briel.  Onder in het linkervak is het opschrift: ‘S. Leonard dus van Veghel Pastoor van Gorkum’.  Onder in het rechtervak: ‘stierf in 1572 met 18 anderen den Marteldood te Den-Briel’. Het raam dateert uit 1920-1930. Volgens het archief uit 1972 zou het geschonken zijn door H. Moll -De Groot en Anne de Groot – Boots. Het raam werd vervaardigd door O. Mengelberg.

3 Bonifatius3. Bonifatius

Het raam van Bonifatius, met mijter, baard en handschoenen, wordt frontaal afgebeeld in het middenvak. Zijn rechterarm steekt in het vak ernaast. Achter hem hangt een kleed. Zijn rechterhand draagt het kruis. In zijn linkerhand draagt hij een met een zwaard doorboord evangelieboek. Voorts heeft hij een koormantel aan, waaronder een toog en een superplie. Rechts ziet men een boomstronk met bijl. Het herinnert aan de moedige daad van Bonifatius, toen hij voor de ogen van de verschrikte heidenen een eik, toegewijd aan Donar, god van de donder, velde. Onder zijn voeten ziet men een afbeelding van de stad Dokkum en de Sint Bonifatiusbron. In de nimbus rond zijn hoofd staat de tekst: ‘St. Bonifatius’. Onder in het linkervak zien we: ‘Sint Bonifatius Apostel van Duitschland Helper van S. Willibrord’.  Onder in het rechtervak: ‘Stierf  5 juni 755 te Dokkum den marteldood’ en ‘W. Mengelberg Aug. 1930’. (755 is waarschijnlijk een vergissing; dit moet 754 zijn.)

4 Mirakel Amsterdam4. Het Mirakel van Amsterdam

Het raam van “Het Mirakel van Amsterdam”met in het middenvak keizer Maximiliaan geknield op een kleed met Habsburgse dubbele adelaars. In het linkervak staat in een kandelaar een brandende kaars voor een monstrans met hostie onder een baldakijn. In het rechtervak een scène uit de geschiedenis van het mirakel: een vrouw knielt met opgeheven handen voor de hostie boven het vuur. Ook zijn er engelenkopjes te zien. Op de achtergrond ligt de zieke man in een hemelbed.  Hierboven treffen we het wapen van Amsterdam aan, met keizerskroon boven twee lauriertakken.

Chronogram: In het onderste linker- en rechtervak staat een vers dat Vondel plm. 1650 schreef naar aanleiding van het mirakel van Amsterdam. In’t saCraMent Is ChrIstVs VLeIIs en bLoet en tot beVVIIs heeft hII ’t Int VVVr behoet.’ (In ’t Sacrament is Christus vlees en bloed en tot bewijs heeft hij ’t in ’t vuur behoed.)

Het bijzondere van deze regels is, dat we te maken hebben met een zg. chronogram of tijdvers.  Wanneer we namelijk alle hoofdletters vervangen door getallen en deze bij elkaar optellen, vinden we het jaartal waarin het mirakel plaatsvond.( M=1000,C=100,L=50,V=5,I=1 ).

Boven links in het raam zien we de letters A en D (Anno Domini: in het jaar des Heren).

Boven rechts vindt u het jaartal dat moet overeenkomen met de som van alle Romeinse cijfers uit het tijdvers.

Het raam werd vervaardigd door W.Mengelberg 1930 en is geschonken door Gerardus Dorbeck (1861-1945)

5 Geertrudis van Nijvel5. Geertrudis van Nijvel

In het middenvak zien we Geertrudis. Zij draagt een sluier, een kelk en een staf, waartegen drie muizen opklimmen. Op haar voorspraak zou er een einde zijn gekomen aan een ratten- en muizenplaag. Boven haar nimbus (stralenkrans) staat: ‘659 H Gertrudis’.  Onderaan: ‘15 augustus 1955  W.Mengelberg’.

Links: van boven naar beneden:

– Geertrudis wijst het aanbod van Pippijn af.  Dagobert zit op de troon; rechts Geertrudis, staande; op de achtergrond de feestdis met vijf gasten.

– De haarlokken van Geertrudis worden afgesneden.  Itta, links staande, snijdt met een mes de knielende Geertrudis haar haar af; achter haar de H. Amandus.  Op de achtergrond een altaar met kruis, kandelaar en raam.

– Geertrudis deelt aalmoezen uit.  Als abdis met staf en borstkruis zit zij op de troon; links deelt een figuur broden uit aan vier personen, drie zittend en een staand.

– Het wapen van Nijvel, waaronder op een banderol: ‘Nijvel’.

Rechts van boven naar beneden

– Geertrudis drijft bij een ridder een duivel uit.

Links Geertrudis omringd door vier zusters; rechts voor haar de ridder, die geknield van Geertrudis wijn te drinken krijgt; rechts de wegsnellende duivel (zie legende).

– Geertrudis als verdrijfster van muizen en ratten.  Geertrudis als abdis met staf en borstkruis staande, omringd door vier boerenfiguren. Op de achtergrond vier wegsnellende ratten.

– De dood van Geertrudis, liggend in bed met gevouwen handen; voor het bed drie knielende kloosterzusters; achter het bed links de heilige Patricius met opgeheven armen; rechts twee engelen.

Opmerking: dit tafereel slaat op het antwoord dat een monnik uit een naburig klooster aan Geertrudis stuurde toen zij vroeg wanneer zij zou sterven: “Morgen bij het H. Misoffer zal de H. Patricius U met een uitgelezen schare tegemoetkomen.” Zij  stierf op 17 maart.

– Het wapen van Geertruidenberg waaronder een banderol met: ‘Geertruidenberg’.

6 Lidwina6. Lidwina van Schiedam

In het middenvak zien we Lidwina, gesluierd en met een bloemenkrans. In haar hand heeft ze een kruis. In haar nimbus (stralenkrans) staat: ‘H. Liduina van Schiedam’. (let op de oude naamspelling). Lidwina staat op een rozentak.

In een visioen werd gezegd, dat nog niet alle rozen bloeiden d.w.z. dat aan haar lijden nog geen eind was gekomen.

Links van boven naar onder:– Lidwina valt op het ijs. Op de voorgrond ligt zij, ondersteund door twee vrouwen, op de achtergrond een kraam met verkoopsters en drie schaatsers.

– De H. Maagd verschijnt aan Lidwina in de kerstnacht. Lidwina ligt in bed. Daarachter is Maria met Jezus, omringd door engelen. Op de voorgrond zit haar nichtje Petronella.

– Lidwina in bed. Linksachter in een lichtgloed de H. Hostie, omgeven door engelen. Aan het hoofdeinde een vrouw, op de voorgrond een knielende man en vrouw.

Rechts van boven naar beneden: – Lidwina laat aalmoezen uitdelen. Op de achtergrond zien we Lidwina in bed. Twee vrouwen op de voorgrond delen kleding uit aan drie kinderen.

– Soldaten mishandelen Lidwina. Lidwina ligt in bed, waar omheen twee soldaten. Op de voorgrond richt een soldaat zijn speer op Petronella die op de grond ligt.

– De dood van Lidwina. Lidwina ligt in bed. Achter haar staat Christus, omringd door engelen. Voor het bed staat Maria, met naast haar een bankje, waarop een kruisbeeld staat met twee kandelaars.

Linksonder: ‘Geboren 18 maart 1380’ en ‘W. Mengelberg’.

Rechtsonder: Gestorven  14 april 1433′.

Opmerking Lidwina is nooit zalig of heilig verklaard. Wel werd Lidwina al tijdens haar leven als een heilige beschouwd. Vorige eeuw is door Rome officieel toestemming gegeven om Lidwina als heilige te vereren. Het raam is in 1938 geschonken door mevrouw Tamis.

7 Cunera7. H. Cunera

In het middenvak staat Cunera met afhangende vlecht. Zij houdt haar kleed op waarin aalmoezen liggen. Linksboven haar hoofd bevindt zich het opschrift: ‘H. Cunera’. Onder haar voeten het wapen van Rhenen. In de vakken aan weerszijden zien we taferelen uit haar leven, telkens onderaan voorzien van een banderol met opschrift.

Links van boven naar beneden: – Cunera bij Keulen gered. Op de achtergrond staat de Keulse Domkerk; links staan twee Hunnen met pijl en boog; rechts is een schip, waarin zich Ursula met een drietal maagden bevindt; op de voorgrond zien we Radboud van Rhenen met Cunera te paard.

– Cunera geeft aalmoezen. In het midden zien we Cunera, omringd door een vijftal bedelaars, aan wie ze aalmoezen uitdeelt.

– Aalmoezen veranderen in spaanders. Cunera toont Radboud de inhoud van haar kleed; op de achtergrond zien we de koningin; op de voorgrond knielt een bedelaar.

– Wapen van monseigneur Johannes Huiberts, die destijds (1941) bisschop van Haarlem was.  Bisschop Huiberts was een groot Mariavereerder. Vandaar dat midden in het rode kruis de beeltenis van Maria Altijd Durende Bijstand te zien is. Op een banderol staat het advies van monseigneur: ‘Sub tuum praesidium’ (onder uw bescherming).

* Links boven het rode kruis is voor de scherpe kijker een kwartier (vak) te zien met een adelaar, die duidt op de voornaam van de bisschop, Johannes.

* Recht boven het rode kruis is het Hubertuskruis te zien, dat duidt op de achternaam van de bisschop.

Rechts van boven naar beneden:

– Cunera wordt gedood. Cunera, geknield met uitgestrekte armen, wordt gewurgd door de koningin en haar kamenier. Daarboven bevindt zich een engel.

– Paarden weigeren de stal binnen te gaan. Twee paarden met ruiters zijn te zien. Het ene paard steigert, het andere wendt het hoofd af.

– Verheffing van Cunera door Willibrord. We zien Willibrord en drie dienaren boven het graf, waarin het ongeschonden lichaam van Cunera ligt. De dienaar links heeft een wierookvat, de dienaar rechts heeft een schop in zijn hand.

– Kroon der overwinning waaronder twee gekruiste palmtakken.

Daaronder staat op een banderol: ‘Den goeden strijd heb ik gestreden’.  Links onder zien we de voorletters van de gevers, P.E.  A.B. 16 augustus 1941.

Het raam werd vervaardigd door de fa. W. Mengelberg, en werd in 1941 door het echtpaar Piet Engele en Alie Berger bij gelegenheid van hun huwelijk aan onze kerk geschonken. De heer Engele stierf 18 januari 1996 op 96-jarige leeftijd in Christoffelhof.

8 Oda8. H.Oda

In het middenvak staat Oda, gesluierd en met een rietstok. Boven haar nimbus is het opschrift: ‘H. Oda’. In de vakken aan weerszijden zien we taferelen uit haar leven, telkens onderaan voorzien van een banderol met opschrift.

Links van boven naar beneden: ‘De pelgrim  aan het hof van koning Eugenius.’ Op de voorgrond links staat de pelgrim (troubadour) te vertellen. Rechts is de blinde Oda te zien. Op de achtergrond schenkt een dienaar een beker in (links) en koning Eugenius van Schotland met kroon zit op een troon, (rechts).

–  ‘Oda vaart naar Nederland’. We zien een zeilboot, waarop Oda staat met twee metgezellen. In de linkerbovenhoek vliegt een engel.

– ‘ De H. Oda wordt  ziende bij het graf van St. Hubertus’.

In het midden staat het beeld van St. Hubertus op een voetstuk; links daarvan knielt een vrouw en daarboven een man. Rechts van het beeld bidt Oda met opgeheven armen.

– Wapen van St. Oedenrode. Daaronder staat op een banderol: ‘St.Oedenrode’. In de hoek links onder staan de initialen C. D. 1950.

Rechts van boven naar beneden: ‘De H. Oda wijst aardse liefde af’.

Rechts zien we Oda met achter haar een kruisbeeld, links de uitgekozen bruidegom en daarboven de Schotse koning Eugenius.

– ‘De H. Oda vlucht uit Schotland’.

Oda staat in een roeiboot, waarin ook twee roeiers en een stuurman. Op de achtergrond is de kust met het kasteel te zien.

– ‘De H. Oda kluizenares te Rhoda’.

Oda knielt onder een boom tussen de bloemen. Ze heeft haar armen opgeheven. Op de achtergrond is haar kluis.

– Kroon met twee lelies, het zinnebeeld van de reinheid. Daaronder staat op een banderol: ‘Zalig de zuiveren van harte’.

Het raam is afkomstig van de fa. W.Mengelberg. Het dateert uit 1950 en de geefster C. D. is vermoedelijk Cornelia Deutekom.

9 O L Vrouwe ter nood9. 0-L-Vrouw ter Nood

Bovenaan in de raambogen zien we de naam ‘Heilo’, waaronder links op een banderol: ‘Wees ge-groet Maria’ en rechts: ‘Vol van Genade’.

Boven in het middenvak staat de gekroonde madonna met kind op een postament of voetstuk, waarop ook vier kaarsen branden. In het middenvak steekt een kind een kaars op, terwijl een oude man knielend bidt.

In het linkervak staat een oude vrouw met kapje en omslagdoek.

In het rechtervak zien we een staande biddende man en een knielende vrouw met opgeheven handen.

Onderaan in het middenvak staat ‘Onze Lieve Vrouw ter Nood, bid voor ons, die onze toevlucht tot U nemen’.

Onder in het linkervak lezen we de initialen ‘C.B.’ en ‘d.d.1926’. Schenkster is Cornelia Burger. Het raam komt uit het atelier van O. Mengelberg.

10 Sint Willibrordus10. Sint Willibrordus

In het middenvak wordt Willibrordus met baard en mijter afgebeeld. Achter hem een gordijn aan een roe. In zijn rechterhand houdt hij de kromstaf. In zijn linkerhand heeft hij een kerk. Ook draagt hij handschoenen. In de nimbus rond zijn hoofd staat: ‘H. Willibrord B.V.O.’ (Bid Voor Ons).

Onder zijn voeten drinken twee duiven uit een bron.  Onder in het linkervak staat: ‘S. Willibrord Apostel v. Nederland. Werd in ’t jaar 696 door Paus Sergius tot Aartsbisschop der Friezen gewijd’.

Linksonder vinden we de initialen van de schenkers: C. de G. en A.B. Het zijn C. de Groot en Anna Boots, die het raam in 1923 aan de kerk gaven ter gelegenheid van hun zilveren huwelijk.

Ook dit raam komt uit het atelier van Otto. Mengelberg uit Utrecht 1923.

11 Sint Adelbertus11. Sint Adalbertus

Net als bij sommige andere ramen wordt ook hier Adalbertus afgebeeld, staande voor een gordijn, dat aan een roede hangt. Aan zijn dalmatiek (diakenkleed) zitten twee banden met afwisselend Christus- en Maria monogrammen (dooreengevlochten letters van een naam).

In zijn rechterhand draagt hij een lelietak (zuiverheid), in zijn linkerhand een evangelieboek (verkondiging). In de krans rond zijn hoofd staat: ‘H. Adalbertus B.V.O.’ (bid voor ons).  Onder zijn voeten staat een afbeelding van de abdij van Egmond, waarboven het opschrift: ‘Egmond’. Rechtsonder zien we een kroon en scepter. Onder in het linkervak lezen we: ‘S.Adalbert  Metgezel van S.Willibrord  Afstammeling  der Koningen van Northumberland’ (vandaar kroon en scepter).

Onder rechts staat: ‘Stichter der Abdij van Egmond, stierf 25 juni 740’ en ‘d.d. R. K.Coöp. Leenbank 1930’.

Dit raam komt uit het atelier van W. Mengelberg 1930

12. Mariakapel

In de Mariakapel (de vroegere doopkapel) zijn vier glas-in-loodramen, die taferelen uit het Nieuwe Testament voorstellen. Ieder raam telt twee taferelen, terwijl iedere afbeelding weer is verdeeld in vier paneeltjes.

In het eerste raam zien we de opwekking van het dochtertje van Jairus. Links van Jezus zien we twee van zijn leerlingen. Zowel bij Marcus (5:35-43) als Lucas (8:49-56) is dit verhaal te lezen. Onder zien we hoe de tafelmeester proeft van de (heerlijke) wijn. Jezus heeft op verzoek van Maria (rechts van Jezus) zijn eerste wonder verricht op de bruiloft te Kana. Zie Johannes 2:1-11 .

Op het tweede raam boven zien we de kruisdood van Jezus. Links van hem staan Maria en Johannes. Een soldaat steekt de lans in Jezus’ zijde. De figuur rechts is waarschijnlijk Jozef van Arimathea.

Onder is de afbeelding van het Laatste Avondmaal. Judas is al weg.

Het derde raam stelt een tafereel voor uit de Apocalyps (boek der Openbaring) van Johannes: de aanbidding van het Lam, dat het boek des levens heeft geopend. Een grote schare van heiligen verkondigt Zijn Lof, onder wie ook de vier evangelisten (paneeltje middenrechts). We zien de engel (Mattheus), de leeuw (Marcus), de stier (Lucas) en de adelaar (Johannes).

Onder zien we de verrijzenis van Jezus.

Het vierde raam behandelt een fragment van het verhaal van de storm op het meer zoals Mattheus beschrijft in hoofdstuk 14:24-32.

Petrus stapt uit de boot om over het water naar Jezus te lopen. Wanneer hij bang wordt, begint hij te zinken, maar Jezus redt hem.

Onder zien we een gedeelte van het verhaal zoals in de Handelingen der Apostelen staat beschreven in hoofdstuk 12. Petrus was door Herodus in Jeruzalem gevangen gezet. Herodus liet Petrus extra bewaken en was van plan hem na het paasfeest te laten veroordelen. In de nacht vóór de veroordeling komt een engel Petrus bevrijden.

Afbeelding: De Engel bevrijdt Petrus van zijn boeien.

Deze ramen zijn waarschijnlijk ontworpen door J. Nicolas Roermond

Het Atelier Mengelberg

Friedrich Wilhelm Mengelberg (1837-1919) vestigde zich in 1869 in Utrecht en was aldaar een van de belangrijkste beeldhouwers van het St. Benulphusgilde. Zijn zoon Otto Mengelberg (1867-1924) was enige tijd werkzaam als beeldhouwer bij zijn vader tot hij zich in 1896 vestigde in Rijsenburg, waar hij zich bezig hield met het ontwerpen van kartons(*) voor gebrandschilderdglas, staties, communiebanken en altaren.

Otto’s buurman in Rijsenburg was de architect Alfred Tepe (tevens de architect van onze kerk) voor wie hij verschillende ramen ontwierp in de neo-laatgotische stijl welke ook door Tepe werd toegepast.

In 1921 gaat Otto Mengelberg samen met zijn zoon Willem (1897-1969) een vennootschap aan met Lörher waardoor hij niet langer genoodzaakt was zijn brandschilderwerk uit te besteden aan andere ateliers.

Na de dood van zijn vader in 1924 neemt Willem de leiding van het atelier over en verplaatst vervolgens het atelier in 1933 naar Zeist.

Willem Mengelberg werkte afwisselend in een traditionele naturalistische stijl, geïnspireerd op zijn vader, tot een moderne abstraherende stijl.

In 1965 werd het atelier opgeheven.

Buiten de ramen in onze kerk zijn enkele belangrijke werken van;

Otto Mengelberg:

De transeptramen van de Franciscus Xaveriuskerk, bijgenaamd de Krijtberg in Amsterdam (1903), de kerk van St.Petrus Banden in Driebergen-Rijsenburg (1900), de Johannes de Doper in Breukelen (1903), de St.Jozef in Utrecht (1905), de H. Callixtus in Groenlo (1910), O.L.V ten Hemelopneming in Apeldoorn (1911-1917), de Heilig Hartkerk in Vinkeveen (1915), de O.L.V. Onbevlekte Ontvangenis in Wijhe (1895-1900) en de huiskapel en het trappenhuis van het bisschoppelijk paleis te Utrecht (ca 1900).

Willem Mengelberg:

De KRO-studio te Hilversum (1938), de RVS te Rotterdam (1938), het Franciscusgasthuis te Rotterdam (1941), Huize St.Jacob te Amsterdam (1948-1950), de St. Trudokerk te Eindhoven (1950-1951), de H. Carolus Borromeuskerk te Soesterberg (1953), het Dominicanenklooster in Huissen (1961) en de kapel van het klooster van de Zusters Penitenten in Huissen (1962).

(*)karton: Ontwerp op ware grootte.

De kunstenaar tekende of schilderde het voorbeeld op karton; hijzelf of een uitvoerende bracht het ontwerp over op het uiteindelijke materiaal.

Bronvermelding:

1.  Archief Christoforusparochie.

2.  Teksten W.Settels

3.  Glas in lood Nederland.

Samenstelling F.C.Bos.